START

INTERACTIEF

MEDIA

NIEUWS

MEDISCH

 

Vereniging Eetstoornis Net

  Start |  Info ES |  FAQ |  Medicatie |  Artikelen |  Links |  Forum |  Voeding |  Behandelmethoden  
     
Medisch / Welkom Gast (Inloggen of Registreren)

I

 

I. Kenmerken van A.N. en B.N

A. Hoe herken je A.N.?

Het Zou verkeerd zijn alle mensen die (te) mager zijn te beschouwen als A.N. patiënten. Het tekort aan lichaamsgewicht kan immers aan andere lichamelijke of psychische aandoeningen te wijten zijn of gewoon van erfelijke aard zijn.

Een aantal symptomen laat ons echter toe magerzucht te herkennen.
We sommen hierna de voornaamste van die symptomen op en maken daarbij een onderscheid tussen fysische en psychische symptomen.
Vele van deze symptomen houden niet direct verband met de oorzaak van de ziekte, maar zijn er een gevolg van. Het is bovendien niet zo dat alle opgesomde symptomen bij alle patiënten aanwezig zijn.

a. Lichamelijke symptomen

1. Gewichtsvermindering 
Men constateert bij A.N. patiënten een gewichtsverlies van 20 tot 40% op zeer korte tijd. Soms stelt men zelfs een gewichtsvermindering van 60% vast. 

2. Amenorroe
Hieronder verstaat men het uitblijven van de normale menstruatie gedurende minimaal drie maanden. Deze amenorroe kan optreden voor de eetstoornis, gelijktijdig met het begin van de eetstoornis of lange tijd erna. Dit is vaak het eerste signaal. 
Herstel van het lichaamsgewicht betekent niet altijd een onmiddelijke terugkeer van de maandstonden.

3. Hardlijvigheid 
Opstipatie of hardlijvigheid treedt op als gevolg van het uithongeringproces, wat aanleiding geeft tot het nemen van laxeermiddelen. Vaak leidt een regelmatig, overdreven gebruik hiervan tot een soort verslaving aan deze middelen. 


4. Droge huid, dor en broos haar, haaruitval 

5. Lanugobeharing 
Bij zeer sterke vermagering kan een zachte, donsharige beharing ontstaan in het gelaat, op de schouders en de rug, en in mindere mate op armen en benen. 


6. Daling van het basaal metabolisme 
Hieronder verstaat men
· een daling van de lichaamstemperatuur tot ongeveer 35°C
· een daling van de bloeddruk
· een vertraging van de polsfrekwentie tot 50 slagen/minuut 
· een vertraging van de ademhaling tot 10 à 12 maal/minuut 


7. Koude voeten en handen 
Door een samentrekking van de bloedvaten ontstaat er cyanose, d.w.z. blauwe verkleuring aan de uiteinden van het lichaam, meer bepaald aan de voeten en handen. 
Het bloed stroomt niet meer tot in de vingertoppen waardoor verkleuring van de lichaamshuid aan die lichaamsdelen ontstaat. 


8. Andere symptomen 
· anemie (bloedarmoede), die kan zich uiten in bleekzucht, duizeligheid, moeheid en hoofdpijn 
· oedemen (ophoping van vocht) ten gevolge van een gebrek aan albumine of ten gevolge van een nierbeschadiging
· kaliumtekort ten gevolge van het vele braken of het overdreven gebruik van laxeermiddelen kan leiden tot hartritmestoornissen
· een vitaminetekort ten gevolge van aanhoudende ondervoeding
· sufheid
· deshydratatie (uitdroging)
· nausea (misselijkheid) en hoofdpijn
· ontkalking waardoor het beendergestel en ook de tanden schade ondergaan
· slaapstoornissen 


b. Psychische aspecten

1. Gestoord lichaamsbeeld 
A.N. patiënten ervaren zichzelf niet zoals ze in werkelijkheid zijn. 
Zelfs wanneer ze er uitgemergeld, schrikwekkend mager bijlopen, vinden zij zichzelf te dik. Dit verklaart waarom ze hun gewichtsgrens steeds maar (naar beneden) verleggen, en zo doorgaan met hun vermagering. Dit geldt enkel voor het eigen lichaamsbeeld, want meestal hebben de patiënten een juiste kijk op andermans gewicht en lichaamsbeeld.


2. Angst om volwassen te worden 
Vele A.N.-patiënten ervaren met angst de overgang naar de volwassenheid. Volwassen worden betekent verantwoordelijkheid nemen, zowel op het terrein van gezondheid (het eigen lichaam in goede conditie houden), als op psychisch en sociaal vlak (het ontwikkelen van een eigen gedachtengang, het aangaan van relaties, het maken van beroeps- en levenskeuzen).

Deze angst uit zich bij vele A.N. patiënten ook t.o.v. de seksualiteit.Door het (extreme) vermageren gaan de A.N. patiënten de vrouwelijke geslachtvormen reduceren, alsof ze (al dan niet bewust) streven naar een geslachtsloos lichaam als dat van een kind, voor de puberleeftijd.

Lange tijd heeft men gedacht dat alle A.N.patiënten afkerig stonden t.o.v. seksualiteit.
Er was sprake van vermijding van voortplanting, geblokkeerde seksualiteit en erotiek, het volledig ontbreken van een seksueel bewustzijn, enz.

Dit is ondertussen weerlegd door onderzoeken. Niet alle A.N. patiënten vertonen deze afwijzende houding. 
Wel is het zo dat de A.N. patiënte op hormonaal gebied in een toestand verkeert zoals voor de pubertijd. De patiënte vertoont een prebuberaal patroon, dat vooral herkenbaar is in het wegblijven van de maandstonden. De menstruele cyclus houdt op en de patiënten zijn meestal onvruchtbaar, zolang als de vermagering niet hersteld is. 


3. Perfectionisme 
A.N. patiënten hebben dikwijls een sterke faalangst. Dit gaat gepaard met een streven naar perfectie en een grote prestatiedrang. Onvolmaaktheid wordt als een mislukking beschouwd en leidt tot ongenuanceerd zwart/wit denken. 

Vele A.N. patiënten hebben een gevoel van minderwaardigheid, en een sterk negatief zelfbeeld, waardoor ze geen zelfvertrouwen hebben. 



4. Labiele stemming 
A.N. patiënten vertonen dikwijls een wisselvallig humeur. Ze kennen depressieve perioden waarbij langdurige, oncontroleerbare huilbuien kunnen optreden. Het gevoel van onmacht en gevoelsleegte brengt de patiënte soms tot dreigen met zelfmoord. 

A.N. patiënten ervaren lichaam en geest als gescheiden elementen. Voortdurend zijn ze bezig het lichamelijk "omhulsel" te reduceren. Ze zijn geobsedeerd door hun slankheidsideaal en drijven dit tot het uiterste door. Daarbij zijn ze nooit tevreden met het bekomen resultaat en dus ook niet tevreden met zichzelf. Vandaar dat vele A.N. patiënten ook depressieve buien kennen. Op heldere momenten "weten" ze wel dat het zo niet verder kan, maar ze "voelen" zich onmachtig t.o.v die magerzucht die heel hun leven in beslag is gaan nemen.

Naast deze symptomen die het mogelijk maken magerzucht te herkennen, vertonen A.N.patiënten ook allerlei gedragsstoornissen die sterk gekoppeld zijn aan relatiestoornissen.


a. Gedragsstoornissen 

1. Weigeren van voedsel om een normaal gewicht te handhaven.

2. Calorie-obsessie: de meeste A.N.patiënten zijn druk begaan met calorieën en interesseren zich ten zeerste voor de samenstelling van de voeding die ze zichzelf 'toestaan'. Ze kennen perfect het aantal calorieën van de bijzonderste voedingsmiddelen en weigeren angstvallig calorie-rijke spijzen. Vooral vetten, koolhydraten, suikers en zetmelen worden geweerd.

3. Liegen en de omgeving misleiden in woord en daad is typisch voor A.N.patiënten. Ze verzinnen de knapste leugens om niet te moeten eten : "ze komen net van tafel", "hebben last van moeilijke spijsvertering", "moeten 's avonds naar een feestje", "lusten dat nou net niet", etc. 
Vaak slagen ze er ook in - vooral bij de beginfaze - hun omgeving te laten geloven dat ze aten, terwijl ze - bvb. Door braken of weggooien van voedsel eigenlijk niets binnen namen. 
A.N.patiënten komen niet gemakkelijk spontaan uit voor wat ze echt doen, denken en voelen. Ze trachten zich uiterlijk aan te passen aan de veronderstelde verwachtingen van hun omgeving uit behoefte aan genegenheid.

4. Hyper-activiteit 
Ondanks het tekort aan voedingsenergie, zijn vele A.N.patiënten hyperactief. Ze proberen het weinige voedsel dat ze zich "toestaan" af te reageren door sportprestaties of overdreven beweging. Daarbij is enkel het beoogde resultaat voor hen belangrijk, terwijl de activiteit op zichzelf niet als zodanig prettig wordt ervaren. 

Deze hyper-activiteit kan zich ook op intellectueel vlak manifesteren,in de vorm van overdreven veel studeren. 
De aangehaalde hyper-activiteit verblindt vaak de omgeving.Vandaar dat de problematiek te laat onderkend of de ernst ervan miskend.


5. Braken en misbruik van laxeermiddelen 
Na het eten proberen sommige A.N.patiënten de opgenomen calorieën kwijt te geraken door opgewekt braken en/of gebruik van laxeermiddelen. Dit gebeurt meestal in het geheim. 

Bij het gebruik van laxatia verliezen de patiënten gewicht niet door calorieverlies, maar wel door vochtverlies. Dit heeft echter uitdroging tot gevolg.


6. Eetrituelen 
Vele A.N.patiënten houden zich aan bepaalde regels i.v.m. eten. Ze ontwikkelen voor zichzelf een soort schema of ritueel, waarvan ze niet willen afwijken. 
Dit geldt zowel voor het tijdstip als voor de manier van eten. 
Sommige A.N.patiënten eten alleen 's nachts of nooit in het bijzijn van anderen. Er zijn er die heel traag eten en uitermate lang kauwen. Anderen verdelen voedsel op het bord in kleine porties, alvorens ze beginnen te eten, enz. 
A.N.patiënten hebben angst om de controle over hun eetgedrag te verliezen. 


b. Relatiestoornissen 

1. Isolement: A.N.patiënten isoleren zich van leeftijdsgenoten en hebben weinig sociale contacten. Hun wereld beperkt zich dikwijls tot die van het gezin waarin ze leven.Het gezin wordt overmatig belangrijk en de A.N.patiënte wordt overgevoelig voor de spanningen en stromingen die er ontstaan. 
Ook gaat de A.N.patiënte elk "gevaar om te eten" ontwijken : daardoor gaat ze ook weinig bij mensen op bezoek, naar feestjes of op vakantie.

2. Conflicten rond maaltijden en eten 
A.N.patiënten zijn niet alleen voortdurend bezig met wat ze (niet) gaan eten, maar ze bekommeren zich ook meer dan nodig om het eetgedrag van anderen. Zo kan het hen uitermate ergeren als anderen weinig of minder eten. Sommige A.N.patiënten maken van het lezen van recepten en koken een hobby en willen graag anderen volproppen met al wat ze zichzelf ontzeggen. 
Dit abnormaal gedrag leidt vanzelfsprekend tot conflicten aan tafel, uitgelokt door de A.N.patiënt zelf of door de ouders die hun dochter tot eten dwingen of opmerkingen maken over haar eetgedrag. Hierdoor ontstaat een machtstrijd omtrent het eetgedrag van de patiënte die de symptomen versterkt.



B. Hoe herken je B.N. ?

Het zou verkeerd zijn alle mensen die te veel eten of (te) dik zijn te beschouwen als B.N. patiënten.
Een teveel aan lichaamsgewicht kan immers aan andere aandoeningen te wijten zijn of gewoon van erfelijke aard zijn.

Boulimie of vraatzucht is een chaotisch eetgedrag (overmatige,onverzadigbare eetdrang, ongeremde eetverslaving). Gekoppeld aan een obsessionele bezorgdheid om alles wat lichaamsomvang, voedsel en gewicht aangaat, waarmee meteen de link gelegd is met A.N.
Een aantal symptomen laten ons toe B.N. te herkennen. We sommen hierna de voornaamste van de symptomen op en maken daarbij een onderscheid tussen fysische, psychische en gedragssymptomen.
Vele van deze symptomen houden niet direct verband met de oorzaak van de ziekten maar zijn er een gevolg van. Het is bovendien niet zo dat alle opgesomde symptomen bij alle B.N.patiënten aanwezig zijn.



a. Lichamelijke symptomen


1. Gewichtsschommelingen
Als gevolg van afwisselend vreten en vasten, treden soms in de loop van dagen, weken of maanden grote gewichtsschommelingen op bij sommige B.N.patiënten.

Andere B.N.patiënten blijven heel stabiel in hun gewicht (dat meestal niet te hoog ligt). Door vasten en braken houden ze soms zelfs hun gewicht binnen of beneden de medische norm.Dit wordt dikwijls verklaard door een A.N. voorgeschiedenis.


2. Tekort aan vitaminen
Door onregelmatig eten en het verkiezen van vooral voedsel dat rijk is aan koolhydraten, maar niet zozeer aan vitaminen of vezelstoffen, treedt bij sommigen B.N.patiënten een acuut vitaminetekort op.

3. Nier, lever- en darmstoornissen
Als gevolg van een misbruik van laxeermiddelen kunnen nier-, lever- en darmstoornissen voorkomen.

4. Maaguitrekking
Bij de vreetbuien komen enorme hoeveelheden voedsel in de slokdarm en daarna in de maag terecht. De maag kan deze hoeveelheden niet meteen verwerken en het verteringsproces is dan ook soms pijnlijk. Het kan gebeuren dat de maag uitrekt.


5. Andere lichamelijke stoornissen
· stoornis van de menstruele cyclus
· anemie (bloedarmoede), die zich uit in bleekzucht, duizeligheid, moeheid en hoofdpijn
· een kaliumtekort ten gevolge van het vele braken of het overdreven gebruik van laxantia. Dit kan leiden tot hartritmestoornissen en soms tot hartstilstand.
· deshydratatie (uitdroging)
· sufheid
· nausea (misselijkheid) en hoofdpijn
· ontkalking van het beendergestel
· tandafwijkingen (vooral aantasting van het tandglazuur)
· opzwelling van de speekselklieren



b. Psychische stoornissen


1. Periodieke eetaanvallen waarbij grote hoeveelheden voedsel in zeer korte tijd naar binnen worden gewerkt, zonder dat daarbij noodzakelijk sprake is van eetplezier of verzadiging. 

Essentieel daarbij is een gevoel van controleverlies.
Deze eetaanvallen komen bij de meeste patiënten vaker dan eenmaal per week voor en bij sommigen zelfs vaker dan eenmaal per dag. 


1.1. Consumptie van bij voorkeur calorierijk voedsel
B.N.patiënten zullen zelden grijpen naar 'gezonde kost'. Tijdens hun eetaanvallen proppen ze zich bij voorkeur vol met Calorie-rijk voedsel, dat vooral vetten en koolhydraten bevat. 

1.2. Stiekem eten
Om de eetbuien geheim te houden voor hun omgeving, gaan B.N.patiënten dikwijls 
Stiekem eten. 

1.3. De vreetbui wordt dikwijls beëindigd met zelf uitgelokt braken. Ze kan ook worden afgebroken door het optreden van buikpijn of slaap.


2. Gewichtsobsessie
De B.N.patiënte voelt zich niet goed in haar lichaam. Regelmatig gaat ze zeer streng aan het lijnen en legt zichzelf dwangmatig vasten op, met het oog op gewichtsverlies.
Deze hongerkuren leiden dan weer tot een oncontroleerbaar hongergevoel dat uitloopt in een nieuwe vreetbui.

3. Besef dat het eetpatroon abnormaal is en angst om niet vrijwillig met eten te kunnen stoppen 

De B.N.patiënte voelt zich niet meester in eigen lichaam. Ze heeft angst van de allesovertreffende eetdrang en weet dat een vreetaanval steeds op de loer ligt.
Dat gevoel van een gebrek van zelfcontrole leidt tot angst, neerslachtigheid en agressiviteit (zowel t.o.v. zichzelf).

4. Stemmingsschommelingen
Zolang de B.N.patiënte kan vasten of een dieet volgen, voelt ze zich tevreden. Maar in een periode van vreetbuien is ze meestal depressief en vaak wanhopig (soms met zelfmoordgedachten).


II. Komen A.N. en B.N vaak voor?

De laatste decennia bestaat de indruk dat het aantal personen met eetstoornissen toeneemt.
A.N. en B.N. komen veel meer voor bij vrouwen (90 -95%) dan bij mannen.


III. Zijn A.N. en B.N. nieuwe ziekten?

A.N. en B.N. zijn zeker geen nieuwe stoornissen. Zichzelf uithongeren en/of zichzelf vol vreten zijn verschijnselen van alle tijden.

A.N. herinnert aan het extreem religieuze vasten van middeleeuwse heiligen en het langdurig hongeren door vermeend toedoen van de duivel zijn er voorbeelden van. Later ontwikkelde de zelfverhongering zich tot een spektakelstuk en verschenen "wondermeisjes" en "hongerkunstenaars" ten tonele.

B.N. herinnert aan de vreetpartijen van de romeinen en de aansluitende braakpartijen (in de zgn. 'vomitoria of braakkamers) die ons door de latijnse schrijvers werden overgeleverd.

Toch zou het tot de late negentiende eeuw duren eer magerzucht of A.N. en vraatzucht of B.N. als zelfstandig ziektebeelden hun plaats kregen in de medische wereld.

Vandaag komen A.N. en B.N. voor in alle klassen van de Westerse maatschappij en lijken dus wel kultuurgebonden.


IV. Zijn A.N. en B.N. leeftijdgebonden?

A.N. en B.N. komen vooral voor bij meisjes in de puberteid en bij jonge volwassenen. Doorgaans wordt de beginleeftijd gesignaleerd tussen 14 en 18 jaar, maar vroegtijdige A.N. en B.N. bij twaalfjarigen of nog jongere kinderen is niet uitgesloten. Soms komt het voor het eerst voor op veel latere leeftijd (30 jaar en ouder).


V. Welke zijn de oorzaken van A.N. en B.N.?

Er zijn zovele oorzaken van eetstoornissen als er patiënten zijn, omdat elke A.N en B.N. patiënte haar eigen verhaal heeft. Het gaat trouwens nooit om een oorzaak, maar wel om een samenspel van factoren.

Hierbij kunnen we enerzijds voorbeschikkende en uitlokkende factoren en anderzijds onderhoudende factoren onderscheiden. Al deze factoren zijn individueel, familiaal en/of socio-cultureel bepaald.



A. Voorbeschikkende en uitlokkende factoren

Kwetsbare individuen zijn gemakkelijk(er) vatbaar voor A.N. en B.N. Het zijn dikwijls heel gevoelige personen die voortdurend begaan zijn met de reacties van de anderen.
Ze willen een modelmens zijn, maar twijfelen daarbij voordurend aan zichzelf.
Ze zijn bekommerd om hun uiterlijk, net als om hun prestaties. Het zijn perfectionisten en idealisten. Precies daardoor willen ze controle uitoefenen op hun lichaam,"er het beste van maken"; maar precies daardoor zijn ze ook gemakkelijk slachtoffer van stress.

1. Een uit de hand gelopen dieet
Niet iedereen is in dezelfde mate bekommerd om voedsel en gewicht. Het overdreven belang dat hieraan wordt gehecht is individueel verschillend en kan soms een directe aanloop zijn tot A.N. en B.N. Het is goed een gezond gewicht na te streven, maar dit streven mag niet leiden tot een voedings- en gewichtsobsessie.
Waarom een dieet plots uit de hand loopt en leidt tot A.N. of B.N. is moeilijk te bepalen, daar hierbij waarschijnlijk andere, niet-fysische factoren een rol spelen.

Daarbij komt het uithongeringseffect. Het eigenlijke hongergevoel is daarbij minder significant, maar wel de angst, de onrust om bij te komen.


2. Stress
Bepaalde gebeurtenissen of persoonsgebonden trauma's kunnen leiden tot stress, die dan op zijn beurt leidt tot A.N. of B.N.: het verlies van een geliefde persoon, moeilijkheden op school of thuis, etc.

Ook chronische stress kan meespelen wanneer een probleemsituatie gaat aanslepen (thuis, in de klas of in de vriendenkring).
Ook perfectionisme en negatieve faalangst ontwikkelen stress.


3. Gezinsfactoren
Onderzoeken hebben aangetoond dat A.N. en B.N. zowel voorkomen in gezinnen waar de gezinsbanden heel nauw zitten als in gezinnen waar er nauwelijks aandacht is voor mekaar.
Vandaag wordt aangenomen dat A.N. en B.N. in zowat alle gezinnen kan optreden als een samenloop van factoren hiertoe aanleiding geeft.


4. Culturele en maatschappelijke factoren
Niet ten onrechte constateert men dat A.N. en B.N. veel meer voorkomen in rijke, geïndustrialiseerde landen dan in andere.
De (te) uitgebreide waaier van aanreikingen die onze maatschappij kenmerkt en de onoverzichtelijke, maar ook onvoorspelbare toekomstkansen, leiden tot onzekerheid, angst en stress. Dit kan een voedingsbodem zijn voor A.N. en B.N.

Meer dan ooit speelt in onze maatschappij ook het slankheidsideaal een dominerende rol. In de voedingssector is de 'light'rage daar enerzijds een overduidelijke exponent van. Maar anderzijds wordt onze voedingsmarkt ook overspoeld door tal van nieuwe gerechten en voedingsmiddelen en worden we aangezet tot consumeren.

Daarbij is ook de rol van de reklame en de media niet te onderschatten.



B. Onderhoudende factoren

1. A.N. en B.N.-verslaving
Er bestaat ook een soort verslavingseffect bij A.N en B.N.. Door het dieet en de uithongering komen bepaalde stoffen in het lichaam vrij die een prettig gevoel geven, een kick. Men noemt die stoffen endorfines. Dat zijn stoffen die vrijgemaakt worden bij mensen die overmatig met iets bezig zijn. Je kickt dan ook niet gemakkelijk af van die activiteit ! Het gaat hier duidelijk om een lichamelijke verslaving.

Daarnaast kan men ook een psychologische verslaving vaststellen. Deze verslaving wordt in de hand gewerkt door de patiënte zelf, die voortdurend met zichzelf concurrencieert, maar ook door haar omgeving die gaat reageren op haar afwijkend eetgedrag.


2. Verstoord denkpatroon en verkeerde lichaamservaring
De A.N. en B.N. worden ook in stand gehouden door een verstoord denkpatroon (zwart-wit denken) en een verkeerde lichaamservaring. Daardoor wordt het voor de A.N. en B.N.patiënte haast onmogelijk zich te bevrijden uit de vicieuze cirkels waarin ze gevangen zitten. Ze zijn niet meer in staat op een "nuchtere" manier te denken over hun eigen lichaam en ervaren dit op een volstrekt onjuiste manier. En dus gaan ze door met wat stilaan het enige doel van hun leven is geworden.


VI. Wat kan je aan A.N. en B.N. doen?

Wat men aan eetstoornissen kan doen is een tijdige onderkenning. Vermits het typisch is voor A.N. dat er geen ziekte-inzicht is en voor B.N. dat ze zich schamen voor hun eetgedrag en dit dan ook zo lang mogelijk trachten te verbergen, speelt de 'alertheid' van de omgeving hierin een belangrijke rol. Hoe sneller de omgeving hun gedrag van de dochter of partner juist kan inschatten en de ernst van de problematiek kan onder ogen zien, hoe sneller kan 'ingegrepen' worden om 'hulp' te zoeken. Als dit zou leiden tot een behandeling, maakt de prognose gunstiger.

Alhoewel het dikwijls geen gemakkelijke opgave is, kan men van A.N. en B.N. genezen.
Daarbij is het echter essentieel dat de A.N. of B.N. patiënte zelf kiest voor deze genezing. Is dit niet het geval, dan wordt elke aanpak maar een pleister op de wonde en zit recidiveren er dik in.

Niet altijd is de A.N. of B.N. patiënte (nog) in staat zelf haar ziekte te lijf te gaan. A.N. kan nl. Een obsessie worden, een inwendig robotje dat je leven en gedrag dicteert en waar je moet aan gehoorzamen, ook al begin je te voelen dat het je aan het vernietigen is.

Belangrijk is dat de patiënte zelf inziet dat ze een probleem heeft en daar iets wil aan doen. Sommigen werken er zich zelfstandig boven op. Anderen hebben hulp nodig.


Gelukkig bestaan er verschillende vormen van hulpverlening.
We onderscheiden : 

a) niet-professionele en
b) professionele hulpverlening.


 

 

Start |  Info ES |  FAQ |  Medicatie |  Artikelen |  Links |  Forum |  Voeding |  Behandelmethoden