|
I
I. Kenmerken van A.N. en B.N
A. Hoe herken je A.N.?
Het Zou verkeerd zijn alle mensen die (te) mager zijn te beschouwen als A.N.
patiënten. Het tekort aan lichaamsgewicht kan immers aan andere lichamelijke
of psychische aandoeningen te wijten zijn of gewoon van erfelijke aard zijn.
Een aantal symptomen laat ons echter toe magerzucht te herkennen.
We sommen hierna de voornaamste van die symptomen op en maken daarbij een
onderscheid tussen fysische en psychische symptomen.
Vele van deze symptomen houden niet direct verband met de oorzaak van de
ziekte, maar zijn er een gevolg van. Het is bovendien niet zo dat alle
opgesomde symptomen bij alle patiënten aanwezig zijn.
a. Lichamelijke symptomen
1. Gewichtsvermindering
Men constateert bij A.N. patiënten een gewichtsverlies van 20 tot 40% op
zeer korte tijd. Soms stelt men zelfs een gewichtsvermindering van 60%
vast.
2. Amenorroe
Hieronder verstaat men het uitblijven van de normale menstruatie gedurende
minimaal drie maanden. Deze amenorroe kan optreden voor de eetstoornis,
gelijktijdig met het begin van de eetstoornis of lange tijd erna. Dit is
vaak het eerste signaal.
Herstel van het lichaamsgewicht betekent niet altijd een onmiddelijke
terugkeer van de maandstonden.
3. Hardlijvigheid
Opstipatie of hardlijvigheid treedt op als gevolg van het
uithongeringproces, wat aanleiding geeft tot het nemen van laxeermiddelen.
Vaak leidt een regelmatig, overdreven gebruik hiervan tot een soort
verslaving aan deze middelen.
4. Droge huid, dor en broos haar, haaruitval
5. Lanugobeharing
Bij zeer sterke vermagering kan een zachte, donsharige beharing ontstaan in
het gelaat, op de schouders en de rug, en in mindere mate op armen en
benen.
6. Daling van het basaal metabolisme
Hieronder verstaat men
· een daling van de lichaamstemperatuur tot ongeveer 35°C
· een daling van de bloeddruk
· een vertraging van de polsfrekwentie tot 50 slagen/minuut
· een vertraging van de ademhaling tot 10 à 12 maal/minuut
7. Koude voeten en handen
Door een samentrekking van de bloedvaten ontstaat er cyanose, d.w.z. blauwe
verkleuring aan de uiteinden van het lichaam, meer bepaald aan de voeten en
handen.
Het bloed stroomt niet meer tot in de vingertoppen waardoor verkleuring van
de lichaamshuid aan die lichaamsdelen ontstaat.
8. Andere symptomen
· anemie (bloedarmoede), die kan zich uiten in bleekzucht, duizeligheid,
moeheid en hoofdpijn
· oedemen (ophoping van vocht) ten gevolge van een gebrek aan albumine of
ten gevolge van een nierbeschadiging
· kaliumtekort ten gevolge van het vele braken of het overdreven gebruik van
laxeermiddelen kan leiden tot hartritmestoornissen
· een vitaminetekort ten gevolge van aanhoudende ondervoeding
· sufheid
· deshydratatie (uitdroging)
· nausea (misselijkheid) en hoofdpijn
· ontkalking waardoor het beendergestel en ook de tanden schade ondergaan
· slaapstoornissen
b. Psychische aspecten
1. Gestoord lichaamsbeeld
A.N. patiënten ervaren zichzelf niet zoals ze in werkelijkheid zijn.
Zelfs wanneer ze er uitgemergeld, schrikwekkend mager bijlopen, vinden zij
zichzelf te dik. Dit verklaart waarom ze hun gewichtsgrens steeds maar (naar
beneden) verleggen, en zo doorgaan met hun vermagering. Dit geldt enkel voor
het eigen lichaamsbeeld, want meestal hebben de patiënten een juiste kijk op
andermans gewicht en lichaamsbeeld.
2. Angst om volwassen te worden
Vele A.N.-patiënten ervaren met angst de overgang naar de volwassenheid.
Volwassen worden betekent verantwoordelijkheid nemen, zowel op het terrein
van gezondheid (het eigen lichaam in goede conditie houden), als op
psychisch en sociaal vlak (het ontwikkelen van een eigen gedachtengang, het
aangaan van relaties, het maken van beroeps- en levenskeuzen).
Deze angst uit zich bij vele A.N. patiënten ook t.o.v. de seksualiteit.Door
het (extreme) vermageren gaan de A.N. patiënten de vrouwelijke
geslachtvormen reduceren, alsof ze (al dan niet bewust) streven naar een
geslachtsloos lichaam als dat van een kind, voor de puberleeftijd.
Lange tijd heeft men gedacht dat alle A.N.patiënten afkerig stonden t.o.v.
seksualiteit.
Er was sprake van vermijding van voortplanting, geblokkeerde seksualiteit en
erotiek, het volledig ontbreken van een seksueel bewustzijn, enz.
Dit is ondertussen weerlegd door onderzoeken. Niet alle A.N. patiënten
vertonen deze afwijzende houding.
Wel is het zo dat de A.N. patiënte op hormonaal gebied in een toestand
verkeert zoals voor de pubertijd. De patiënte vertoont een prebuberaal
patroon, dat vooral herkenbaar is in het wegblijven van de maandstonden. De
menstruele cyclus houdt op en de patiënten zijn meestal onvruchtbaar, zolang
als de vermagering niet hersteld is.
3. Perfectionisme
A.N. patiënten hebben dikwijls een sterke faalangst. Dit gaat gepaard met
een streven naar perfectie en een grote prestatiedrang. Onvolmaaktheid wordt
als een mislukking beschouwd en leidt tot ongenuanceerd zwart/wit denken.
Vele A.N. patiënten hebben een gevoel van minderwaardigheid, en een sterk
negatief zelfbeeld, waardoor ze geen zelfvertrouwen hebben.
4. Labiele stemming
A.N. patiënten vertonen dikwijls een wisselvallig humeur. Ze kennen
depressieve perioden waarbij langdurige, oncontroleerbare huilbuien kunnen
optreden. Het gevoel van onmacht en gevoelsleegte brengt de patiënte soms
tot dreigen met zelfmoord.
A.N. patiënten ervaren lichaam en geest als gescheiden elementen.
Voortdurend zijn ze bezig het lichamelijk "omhulsel" te reduceren. Ze zijn
geobsedeerd door hun slankheidsideaal en drijven dit tot het uiterste door.
Daarbij zijn ze nooit tevreden met het bekomen resultaat en dus ook niet
tevreden met zichzelf. Vandaar dat vele A.N. patiënten ook depressieve buien
kennen. Op heldere momenten "weten" ze wel dat het zo niet verder kan, maar
ze "voelen" zich onmachtig t.o.v die magerzucht die heel hun leven in beslag
is gaan nemen.
Naast deze symptomen die het mogelijk maken magerzucht te herkennen,
vertonen A.N.patiënten ook allerlei gedragsstoornissen die sterk gekoppeld
zijn aan relatiestoornissen.
a. Gedragsstoornissen
1. Weigeren van voedsel om een normaal gewicht te handhaven.
2. Calorie-obsessie: de meeste A.N.patiënten zijn druk begaan met calorieën
en interesseren zich ten zeerste voor de samenstelling van de voeding die ze
zichzelf 'toestaan'. Ze kennen perfect het aantal calorieën van de
bijzonderste voedingsmiddelen en weigeren angstvallig calorie-rijke spijzen.
Vooral vetten, koolhydraten, suikers en zetmelen worden geweerd.
3. Liegen en de omgeving misleiden in woord en daad is typisch voor
A.N.patiënten. Ze verzinnen de knapste leugens om niet te moeten eten : "ze
komen net van tafel", "hebben last van moeilijke spijsvertering", "moeten 's
avonds naar een feestje", "lusten dat nou net niet", etc.
Vaak slagen ze er ook in - vooral bij de beginfaze - hun omgeving te laten
geloven dat ze aten, terwijl ze - bvb. Door braken of weggooien van voedsel
eigenlijk niets binnen namen.
A.N.patiënten komen niet gemakkelijk spontaan uit voor wat ze echt doen,
denken en voelen. Ze trachten zich uiterlijk aan te passen aan de
veronderstelde verwachtingen van hun omgeving uit behoefte aan genegenheid.
4. Hyper-activiteit
Ondanks het tekort aan voedingsenergie, zijn vele A.N.patiënten hyperactief.
Ze proberen het weinige voedsel dat ze zich "toestaan" af te reageren door
sportprestaties of overdreven beweging. Daarbij is enkel het beoogde
resultaat voor hen belangrijk, terwijl de activiteit op zichzelf niet als
zodanig prettig wordt ervaren.
Deze hyper-activiteit kan zich ook op intellectueel vlak manifesteren,in de
vorm van overdreven veel studeren.
De aangehaalde hyper-activiteit verblindt vaak de omgeving.Vandaar dat de
problematiek te laat onderkend of de ernst ervan miskend.
5. Braken en misbruik van laxeermiddelen
Na het eten proberen sommige A.N.patiënten de opgenomen calorieën kwijt te
geraken door opgewekt braken en/of gebruik van laxeermiddelen. Dit gebeurt
meestal in het geheim.
Bij het gebruik van laxatia verliezen de patiënten gewicht niet door
calorieverlies, maar wel door vochtverlies. Dit heeft echter uitdroging tot
gevolg.
6. Eetrituelen
Vele A.N.patiënten houden zich aan bepaalde regels i.v.m. eten. Ze
ontwikkelen voor zichzelf een soort schema of ritueel, waarvan ze niet
willen afwijken.
Dit geldt zowel voor het tijdstip als voor de manier van eten.
Sommige A.N.patiënten eten alleen 's nachts of nooit in het bijzijn van
anderen. Er zijn er die heel traag eten en uitermate lang kauwen. Anderen
verdelen voedsel op het bord in kleine porties, alvorens ze beginnen te
eten, enz.
A.N.patiënten hebben angst om de controle over hun eetgedrag te verliezen.
b. Relatiestoornissen
1. Isolement: A.N.patiënten isoleren zich van leeftijdsgenoten en hebben
weinig sociale contacten. Hun wereld beperkt zich dikwijls tot die van het
gezin waarin ze leven.Het gezin wordt overmatig belangrijk en de
A.N.patiënte wordt overgevoelig voor de spanningen en stromingen die er
ontstaan.
Ook gaat de A.N.patiënte elk "gevaar om te eten" ontwijken : daardoor gaat
ze ook weinig bij mensen op bezoek, naar feestjes of op vakantie.
2. Conflicten rond maaltijden en eten
A.N.patiënten zijn niet alleen voortdurend bezig met wat ze (niet) gaan
eten, maar ze bekommeren zich ook meer dan nodig om het eetgedrag van
anderen. Zo kan het hen uitermate ergeren als anderen weinig of minder eten.
Sommige A.N.patiënten maken van het lezen van recepten en koken een hobby en
willen graag anderen volproppen met al wat ze zichzelf ontzeggen.
Dit abnormaal gedrag leidt vanzelfsprekend tot conflicten aan tafel,
uitgelokt door de A.N.patiënt zelf of door de ouders die hun dochter tot
eten dwingen of opmerkingen maken over haar eetgedrag. Hierdoor ontstaat een
machtstrijd omtrent het eetgedrag van de patiënte die de symptomen
versterkt.
B. Hoe herken je B.N. ?
Het zou verkeerd zijn alle mensen die te veel eten of (te) dik zijn te
beschouwen als B.N. patiënten.
Een teveel aan lichaamsgewicht kan immers aan andere aandoeningen te wijten
zijn of gewoon van erfelijke aard zijn.
Boulimie of vraatzucht is een chaotisch eetgedrag (overmatige,onverzadigbare
eetdrang, ongeremde eetverslaving). Gekoppeld aan een obsessionele
bezorgdheid om alles wat lichaamsomvang, voedsel en gewicht aangaat, waarmee
meteen de link gelegd is met A.N.
Een aantal symptomen laten ons toe B.N. te herkennen. We sommen hierna de
voornaamste van de symptomen op en maken daarbij een onderscheid tussen
fysische, psychische en gedragssymptomen.
Vele van deze symptomen houden niet direct verband met de oorzaak van de
ziekten maar zijn er een gevolg van. Het is bovendien niet zo dat alle
opgesomde symptomen bij alle B.N.patiënten aanwezig zijn.
a. Lichamelijke symptomen
1. Gewichtsschommelingen
Als gevolg van afwisselend vreten en vasten, treden soms in de loop van
dagen, weken of maanden grote gewichtsschommelingen op bij sommige
B.N.patiënten.
Andere B.N.patiënten blijven heel stabiel in hun gewicht (dat meestal niet
te hoog ligt). Door vasten en braken houden ze soms zelfs hun gewicht binnen
of beneden de medische norm.Dit wordt dikwijls verklaard door een A.N.
voorgeschiedenis.
2. Tekort aan vitaminen
Door onregelmatig eten en het verkiezen van vooral voedsel dat rijk is aan
koolhydraten, maar niet zozeer aan vitaminen of vezelstoffen, treedt bij
sommigen B.N.patiënten een acuut vitaminetekort op.
3. Nier, lever- en darmstoornissen
Als gevolg van een misbruik van laxeermiddelen kunnen nier-, lever- en
darmstoornissen voorkomen.
4. Maaguitrekking
Bij de vreetbuien komen enorme hoeveelheden voedsel in de slokdarm en daarna
in de maag terecht. De maag kan deze hoeveelheden niet meteen verwerken en
het verteringsproces is dan ook soms pijnlijk. Het kan gebeuren dat de maag
uitrekt.
5. Andere lichamelijke stoornissen
· stoornis van de menstruele cyclus
· anemie (bloedarmoede), die zich uit in bleekzucht, duizeligheid, moeheid
en hoofdpijn
· een kaliumtekort ten gevolge van het vele braken of het overdreven gebruik
van laxantia. Dit kan leiden tot hartritmestoornissen en soms tot
hartstilstand.
· deshydratatie (uitdroging)
· sufheid
· nausea (misselijkheid) en hoofdpijn
· ontkalking van het beendergestel
· tandafwijkingen (vooral aantasting van het tandglazuur)
· opzwelling van de speekselklieren
b. Psychische stoornissen
1. Periodieke eetaanvallen waarbij grote hoeveelheden voedsel in zeer korte
tijd naar binnen worden gewerkt, zonder dat daarbij noodzakelijk sprake is
van eetplezier of verzadiging.
Essentieel daarbij is een gevoel van controleverlies.
Deze eetaanvallen komen bij de meeste patiënten vaker dan eenmaal per week
voor en bij sommigen zelfs vaker dan eenmaal per dag.
1.1. Consumptie van bij voorkeur calorierijk voedsel
B.N.patiënten zullen zelden grijpen naar 'gezonde kost'. Tijdens hun
eetaanvallen proppen ze zich bij voorkeur vol met Calorie-rijk voedsel, dat
vooral vetten en koolhydraten bevat.
1.2. Stiekem eten
Om de eetbuien geheim te houden voor hun omgeving, gaan B.N.patiënten
dikwijls
Stiekem eten.
1.3. De vreetbui wordt dikwijls beëindigd met zelf uitgelokt braken. Ze kan
ook worden afgebroken door het optreden van buikpijn of slaap.
2. Gewichtsobsessie
De B.N.patiënte voelt zich niet goed in haar lichaam. Regelmatig gaat ze
zeer streng aan het lijnen en legt zichzelf dwangmatig vasten op, met het
oog op gewichtsverlies.
Deze hongerkuren leiden dan weer tot een oncontroleerbaar hongergevoel dat
uitloopt in een nieuwe vreetbui.
3. Besef dat het eetpatroon abnormaal is en angst om niet vrijwillig met
eten te kunnen stoppen
De B.N.patiënte voelt zich niet meester in eigen lichaam. Ze heeft angst van
de allesovertreffende eetdrang en weet dat een vreetaanval steeds op de loer
ligt.
Dat gevoel van een gebrek van zelfcontrole leidt tot angst, neerslachtigheid
en agressiviteit (zowel t.o.v. zichzelf).
4. Stemmingsschommelingen
Zolang de B.N.patiënte kan vasten of een dieet volgen, voelt ze zich
tevreden. Maar in een periode van vreetbuien is ze meestal depressief en
vaak wanhopig (soms met zelfmoordgedachten).
II. Komen A.N. en B.N vaak voor?
De laatste decennia bestaat de indruk dat het aantal personen met
eetstoornissen toeneemt.
A.N. en B.N. komen veel meer voor bij vrouwen (90 -95%) dan bij mannen.
III. Zijn A.N. en B.N. nieuwe ziekten?
A.N. en B.N. zijn zeker geen nieuwe stoornissen. Zichzelf uithongeren en/of
zichzelf vol vreten zijn verschijnselen van alle tijden.
A.N. herinnert aan het extreem religieuze vasten van middeleeuwse heiligen
en het langdurig hongeren door vermeend toedoen van de duivel zijn er
voorbeelden van. Later ontwikkelde de zelfverhongering zich tot een
spektakelstuk en verschenen "wondermeisjes" en "hongerkunstenaars" ten
tonele.
B.N. herinnert aan de vreetpartijen van de romeinen en de aansluitende
braakpartijen (in de zgn. 'vomitoria of braakkamers) die ons door de
latijnse schrijvers werden overgeleverd.
Toch zou het tot de late negentiende eeuw duren eer magerzucht of A.N. en
vraatzucht of B.N. als zelfstandig ziektebeelden hun plaats kregen in de
medische wereld.
Vandaag komen A.N. en B.N. voor in alle klassen van de Westerse maatschappij
en lijken dus wel kultuurgebonden.
IV. Zijn A.N. en B.N. leeftijdgebonden?
A.N. en B.N. komen vooral voor bij meisjes in de puberteid en bij jonge
volwassenen. Doorgaans wordt de beginleeftijd gesignaleerd tussen 14 en 18
jaar, maar vroegtijdige A.N. en B.N. bij twaalfjarigen of nog jongere
kinderen is niet uitgesloten. Soms komt het voor het eerst voor op veel
latere leeftijd (30 jaar en ouder).
V. Welke zijn de oorzaken van A.N. en B.N.?
Er zijn zovele oorzaken van eetstoornissen als er patiënten zijn, omdat elke
A.N en B.N. patiënte haar eigen verhaal heeft. Het gaat trouwens nooit om
een oorzaak, maar wel om een samenspel van factoren.
Hierbij kunnen we enerzijds voorbeschikkende en uitlokkende factoren en
anderzijds onderhoudende factoren onderscheiden. Al deze factoren zijn
individueel, familiaal en/of socio-cultureel bepaald.
A. Voorbeschikkende en uitlokkende factoren
Kwetsbare individuen zijn gemakkelijk(er) vatbaar voor A.N. en B.N. Het zijn
dikwijls heel gevoelige personen die voortdurend begaan zijn met de reacties
van de anderen.
Ze willen een modelmens zijn, maar twijfelen daarbij voordurend aan
zichzelf.
Ze zijn bekommerd om hun uiterlijk, net als om hun prestaties. Het zijn
perfectionisten en idealisten. Precies daardoor willen ze controle
uitoefenen op hun lichaam,"er het beste van maken"; maar precies daardoor
zijn ze ook gemakkelijk slachtoffer van stress.
1. Een uit de hand gelopen dieet
Niet iedereen is in dezelfde mate bekommerd om voedsel en gewicht. Het
overdreven belang dat hieraan wordt gehecht is individueel verschillend en
kan soms een directe aanloop zijn tot A.N. en B.N. Het is goed een gezond
gewicht na te streven, maar dit streven mag niet leiden tot een voedings- en
gewichtsobsessie.
Waarom een dieet plots uit de hand loopt en leidt tot A.N. of B.N. is
moeilijk te bepalen, daar hierbij waarschijnlijk andere, niet-fysische
factoren een rol spelen.
Daarbij komt het uithongeringseffect. Het eigenlijke hongergevoel is daarbij
minder significant, maar wel de angst, de onrust om bij te komen.
2. Stress
Bepaalde gebeurtenissen of persoonsgebonden trauma's kunnen leiden tot
stress, die dan op zijn beurt leidt tot A.N. of B.N.: het verlies van een
geliefde persoon, moeilijkheden op school of thuis, etc.
Ook chronische stress kan meespelen wanneer een probleemsituatie gaat
aanslepen (thuis, in de klas of in de vriendenkring).
Ook perfectionisme en negatieve faalangst ontwikkelen stress.
3. Gezinsfactoren
Onderzoeken hebben aangetoond dat A.N. en B.N. zowel voorkomen in gezinnen
waar de gezinsbanden heel nauw zitten als in gezinnen waar er nauwelijks
aandacht is voor mekaar.
Vandaag wordt aangenomen dat A.N. en B.N. in zowat alle gezinnen kan
optreden als een samenloop van factoren hiertoe aanleiding geeft.
4. Culturele en maatschappelijke factoren
Niet ten onrechte constateert men dat A.N. en B.N. veel meer voorkomen in
rijke, geïndustrialiseerde landen dan in andere.
De (te) uitgebreide waaier van aanreikingen die onze maatschappij kenmerkt
en de onoverzichtelijke, maar ook onvoorspelbare toekomstkansen, leiden tot
onzekerheid, angst en stress. Dit kan een voedingsbodem zijn voor A.N. en
B.N.
Meer dan ooit speelt in onze maatschappij ook het slankheidsideaal een
dominerende rol. In de voedingssector is de 'light'rage daar enerzijds een
overduidelijke exponent van. Maar anderzijds wordt onze voedingsmarkt ook
overspoeld door tal van nieuwe gerechten en voedingsmiddelen en worden we
aangezet tot consumeren.
Daarbij is ook de rol van de reklame en de media niet te onderschatten.
B. Onderhoudende factoren
1. A.N. en B.N.-verslaving
Er bestaat ook een soort verslavingseffect bij A.N en B.N.. Door het dieet
en de uithongering komen bepaalde stoffen in het lichaam vrij die een
prettig gevoel geven, een kick. Men noemt die stoffen endorfines. Dat zijn
stoffen die vrijgemaakt worden bij mensen die overmatig met iets bezig zijn.
Je kickt dan ook niet gemakkelijk af van die activiteit ! Het gaat hier
duidelijk om een lichamelijke verslaving.
Daarnaast kan men ook een psychologische verslaving vaststellen. Deze
verslaving wordt in de hand gewerkt door de patiënte zelf, die voortdurend
met zichzelf concurrencieert, maar ook door haar omgeving die gaat reageren
op haar afwijkend eetgedrag.
2. Verstoord denkpatroon en verkeerde lichaamservaring
De A.N. en B.N. worden ook in stand gehouden door een verstoord denkpatroon
(zwart-wit denken) en een verkeerde lichaamservaring. Daardoor wordt het
voor de A.N. en B.N.patiënte haast onmogelijk zich te bevrijden uit de
vicieuze cirkels waarin ze gevangen zitten. Ze zijn niet meer in staat op
een "nuchtere" manier te denken over hun eigen lichaam en ervaren dit op een
volstrekt onjuiste manier. En dus gaan ze door met wat stilaan het enige
doel van hun leven is geworden.
VI. Wat kan je aan A.N. en B.N. doen?
Wat men aan eetstoornissen kan doen is een tijdige onderkenning. Vermits het
typisch is voor A.N. dat er geen ziekte-inzicht is en voor B.N. dat ze zich
schamen voor hun eetgedrag en dit dan ook zo lang mogelijk trachten te
verbergen, speelt de 'alertheid' van de omgeving hierin een belangrijke rol.
Hoe sneller de omgeving hun gedrag van de dochter of partner juist kan
inschatten en de ernst van de problematiek kan onder ogen zien, hoe sneller
kan 'ingegrepen' worden om 'hulp' te zoeken. Als dit zou leiden tot een
behandeling, maakt de prognose gunstiger.
Alhoewel het dikwijls geen gemakkelijke opgave is, kan men van A.N. en B.N.
genezen.
Daarbij is het echter essentieel dat de A.N. of B.N. patiënte zelf kiest
voor deze genezing. Is dit niet het geval, dan wordt elke aanpak maar een
pleister op de wonde en zit recidiveren er dik in.
Niet altijd is de A.N. of B.N. patiënte (nog) in staat zelf haar ziekte te
lijf te gaan. A.N. kan nl. Een obsessie worden, een inwendig robotje dat je
leven en gedrag dicteert en waar je moet aan gehoorzamen, ook al begin je te
voelen dat het je aan het vernietigen is.
Belangrijk is dat de patiënte zelf inziet dat ze een probleem heeft en daar
iets wil aan doen. Sommigen werken er zich zelfstandig boven op. Anderen
hebben hulp nodig.
Gelukkig bestaan er verschillende vormen van hulpverlening.
We onderscheiden :
a) niet-professionele en
b) professionele hulpverlening. |
|