START

INTERACTIEF

MEDIA

NIEUWS

MEDISCH

 

Vereniging Eetstoornis Net

  Start |  Media |  Artikelen |  Gedichtenbundel |  VEN in Media |  Fragmenten |  Column |  Werkstukken  
     
Media / werkstuk Welkom Gast (Inloggen of Registreren)

  Anorexia Nervosa   Inleiding   Mensen met een eetstoornis hebben een gestoord eetgedrag

Anorexia Nervosa

Inleiding

Mensen met een eetstoornis hebben een gestoord eetgedrag. Ze gaan op een vreemde manier met voedsel om. Ze eten
bijvoorbeeld niet als ze honger hebben en leggen zichzelf strenge dieetregels op die schadelijk zijn voor hun lichaam. Alles wat met
eten en voedsel te maken heeft, is voor hen beladen. Ze kunnen niet gewoon eten om gezond te blijven, zelfs niet als hun lichaam
daarom vraagt.

Gestoord eetgedrag hoeft op zich nog niet hetzelfde te zijn als een eetstoornis. Wie bijvoorbeeld „ geen hap door de keel krijgt“ in
tijden van stress, vlak voor een examen of in een periode van groot verdriet, heeft daarmee nog geen eetstoornis. In dit soort
gevallen herstelt het eetgedrag zich immers weer snel als de gebeurtenis in kwestie voorbij of verwerkt is. Maar het is iets anders
wanneer gestoord eetgedrag structurele vormen gaat aannemen en langere tijd –mogelijk jaren- duurt. Iemand die op die manier
manier met voedsel omgaat, lijdt aan een echte ziekte.

De bekendste, meest voorkomende en ernstigste eetstoornissen zijn anorexia nervosa ( magerzucht ) en bulimia nervosa (
vraatzucht ).

Patiënten die aan deze ziektes lijden, hebben vaak psychische problemen, die zij via hun eetgedrag uiten. Daarom worden anorexia
nervosa en bulimia nervosa gerekend tot de psychiatrische ziektes en worden ze ook als zodanig behandeld. Er kunnen in beide
gevallen echter ernstige lichamelijke verschijnselen optreden, die ook om aandacht en behandeling vragen.

Anorexia nervosa en bulimia nervosa komen veel vaker bij vrouwen dan bij mannen voor.

Naar schatting één op tweehonderdvijfig vrouwen tussen vijftien en vijfentwintig jaar lijdt aan anorexia nervosa. Mogelijk één op
twintig jonge vrouwen heeft bulimia nervosa.* Slechts één op twee duizend patiënten is een man. De ziekte begint in de meeste
gevallen in de pubertijd, meestal na de eerste menstruatie, of in de jong volwassenheid. Zelden begint een eetstoornis eerder. Er zijn
patiënten die de ziekte pas krijgen na het derde decennium van hun leven, maar ook die zijn ver in de minderheid.

Anorexia nervosa wordt sinds het eind van de vorige eeuw als een ziekte gezien. Naar bulimia nervosa wordt sinds de jaren tachtig
onderzoek gedaan. In 1980 werd bulimia nervosa officieel geclassificieerd als een ziekte. Waarschijnlijk komt bulimia nervosa vijf- tot
tienmaal zoveel voor als anorexia nervosa. Dit is niet met zekerheid te zeggen, omdat patiënten deze ziekte beter kunnen verbergen
voor hun omgeving. Ze hebben namelijk vaak een normaal lichaamsgewicht en geven zich alleen in het geheim over aan hun
vreetbuien.

(Vandaar ook het *je hierboven)

In de psychiatrie worden anorexia nervosa en bulimia nervosa weliswaar als twee aparte ziektebeelden beschouwd, maar ze hebben
drie kenmerken gemeen.

Ten eerste zijn alle patiënten met eetstoornissen erg bang om dik te worden. Hun angst is geen gewone bezorgdheid meer,
maar is irreëel en buiten proporties. Ze zien in gedachten hun lichaam grenzeloos uitdijen en zulke bizarre voorstellingen
roepen een intense walging bij hen op. Ook wanneer de patiënte verstandelijk inziet dat dergerlijke ideeeën absurd zijn, gaat
daarmee haar angst niet over en blijft ze het als de werkelijkheid ervaren.
In de tweede plaats zijn mensen met anorexia nervosa en bulimia nervosa geobsedeerd door alles wat met eten te maken
heeft. Eten en voedsel beheersen hun gedachtenwereld : ze tobben over wat ze wel en niet moeten eten en over de gevolgen
die dat zal hebben. Vaak zijn ze hier vanaf het moment dat ze wakker zijn de hele dag mee bezig, waardoor ze zich moeilijk op
andere dingen kunnen concentreren. Tegelijkertijd doen ze hun best hiervan niets te laten naar de buitenwereld toe. Door
zelfdiscipline en doorzettingsvermogen proberen ze hun concentratieproblemen te camoufleren.

Het derde kenmerk van mensen met een eetstoornis is een gestoord lichaamsbeeld. Dit is een ingewikkelder begrip. Het gaat
aan de ene kant over het letterlijke beeld zoals iemand dat van zichzelf in de spiegel ziet. Aan de andere kant gaat het ook om
het abstractere beeld dat iemand van zichzelf in gedachten houdt, de manier waarop zij zichzelf en haar lichamelijkheid ervaart.
De term‘lichaamsbeeld‘ ligt dan in het verlengde van het begrip ‘zelfbeeld’ in ruimere zin. Bij eetgestoorde patiënten zijn beide
soorten lichaamsbeelden vertekent en gestoord geraakt. Ze nemen de werkelijkheid niet waar zoals die is en zien zichzelf, ook
als ze broodmager zijn, als mensen met een te dik lichaam. Ze voelen zich ook dik en opgezwollen, en zijn in staat de signalen
die hun lichaam geeft wanneer het behoefte heeft aan voedsel te negeren of niet meer te voelen. Met andere woorden: ze
hebben geen besef meer van de werkelijkheid.

In westerse landen neemt het aantal patiënten met eetstoornissen de laatste jaren enorm toe. Dat is deels te verklaren doordat
artsen de symptomen beter leren herkennen.

Er is nog weinig bekend over de precieze oorzaken van eetstoornissen. Zelfs het exacte aantal patiënten is onbekend, omdat velen
van hen ontkennen dat ze ziek zijn of hun eetprobleem uit schaamte verbergen.Vanwege het gebrek aan kennis over eetstoornissen
heeft de Nederlandse regering de Gezondheidsraad om advies gevraagd.

Hoewel er in de psychiatrie onderscheid wordt gemaakt tussen anorexia nervosa en bulimia nervosa, lopen de ziektebeelden soms
in elkaar over of komen ze gelijktijdig voor. De patiënten hebben dan kenmerken zowel van anorexia nervosa als van bulimia
nervosa; in de psychiatrie spreekt men dan over anorexia nervosa, bulimische type. Bij anderen verschuiven de symptomen in de
loop van de tijd, bijvoorbeeld van anorexia nervosa naar bulimia nervosa.

Anorexia Nervosa

„Ik heb het gevoel dat ik niets kan, dat ik niets kan presteren, dat ik faal. Alleen lijnen kan ik goed. Het is alsof er een grote, zwarte
vieze duivel is waar ik enorm bang van ben en die zegt dat ik niet mag eten. Tegenover hem ben ik piepklein en stel ik niets voor.
Maar als je de duivel wegdenkt sta ik daar nog steeds:piepklein en doodsbang.

Bovendien geeft de die duivel me iets wat ik kan en waar ik goed in ben: vermageren. Anderen moeten toegeven aan eten en ik
niet. Dus eigenlijk heb ik die duivel nodig! Pas als ik groei en even groot wordt als hem kan ik gaan verdikken zonder
schuldgevoelens of paniekaanvallen omdat ik dan zekerder ben van mezelf en weer een eigen karakter heb. Maar momenteel
ben ik nog piepklein en niets waard en die duivel is nog heel sterk aanwezig…

Anorexia nervosa betekent letterlijk "gebrek aan eetlust door een nerveuse oorzaak". Dit is echter een gebrekkige benaming,
omdat mensen met anorexia nervosa wel eetlust hebben, maar die het grootste deel van de tijd negeren. Ze eten dus te weinig
omdat ze bang zijn dik te worden. De stoornis zou beter‘ lijnziekte‘ genoemd worden, want patiënten streven ernaar zo weinig
mogelijk calorieën te eten, met andere woorden: ze vasten. Ze slaan maaltijden over, gooien hun lunchpakket weg of schuiven het
eten ‚s avonds heen en weer op hun bord zonder er veel van te nemen. Het weinige dat ze eten, verloopt vaak volgens een vast,
dwangmatig patroon; ze knabbelen bijvoorbeeld om de twee uur op een rauw worteltje. Anorexia nervosa patiënten zijn dan ook in de
regel extreem mager.

Wanneer kan gesteld worden dat iemand aan anorexia nervosa lijdt? De internationaal overeengekomen criteria die daarvoor
worden gehanteerd , zijn vastgelegd in de vierde editie van het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, het
Amerikaanse handboek met diagnostische criteria voor psychiatrische aandoeningen, kortweg DSM-IV genoemd. Voor anorexia
nervosa luiden de criteria als volgt:

Weigering om een lichaamsgewicht te handhaven dat boven het minimumgewicht ligt dat normaal is voor iemands leeftijd en
lengte. Dat is het geval als het lichaamsgewicht blijvend vijftien procent lager is dan men normaal voor iemand van die leeftijd
en lengte zou verwachten. Het treedt ook op als een jongere niet, zoals gewoonlijk gedurende een groeiperiode, in gewicht
toeneemt, met als gevolg een lichaamsgewicht dat vijftien procent lager is dan verwacht mocht worden.
(Persoonlijk ben ik het niet met dit criteria eens. Ik vind het namelijk onjuist om het gewichtscriterium strak te hanteren.
Iemand kan met ondergewicht kampen maar toch geen anorexia nervosa hebben, naar mijn mening. Bijvoorbeeld de
begin- en herstelfase van een ziekte, of als je nu eenmaal heel mager van nature bent.)

Intense angst om in gewicht toe te nemen of dik te worden, ook bij een duidelijk ondergewicht.

Een stoornis in de manier waarop iemand zijn lichaamsgewicht, omvang of vorm beleefd. Het gevoel van zelfwaardering wordt
overdreven beïnvloed door het eigen lichaamsgewicht of de lichaamsvorm, of men ontkent de ernst van het ondergewicht.

Het uitblijven van de menstruatie, ten minste gedurende drie opeenvolgende maanden, als die anders wel zou zijn
voorgekomen. Dit heet amenorroe. (Om te kunnen menstrueren is het onder andere nodig dat het vrouwelijk lichaam een
bepaalde hoeveelheid vet bevat. Ontbreekt dit, dan blijft de menstruatie uit.)

Het handboek DSM-IV onderscheidt twee typen anorexia nervosa:

Het vasters-type (onthoudingstype) : Het gewicht ontstaat door extreem vasten. Gedurende de periode van anorexia nervosa
gaat de patiënte niet over tot vreet- of purgeergedrag ( dit is zelfopgewekt braken of misbruik van laxeermiddelen ) of
vochtafdrijvende middelen ( plaspillen ofwel diuretica).

Het bulimische type : Gedurende de periode van anorexia nervosa gaat de patiënte regelmatig over tot vreet of purgeergedrag.

Naast deze criteria, noodzakelijk voor de diagnose, zijn er ook andere, psychologische kenmerken. Zo zien we bij anorexia nervosa
patiënten vaak een stoornis in de waarneming of in de interpretatie van gewaarwordingen en signalen die uit het eigen lichaam
komen, zoals het niet herkennen of ontkennen van hongergevoel, dorst, vermoeidheid of pijn. Ook treedt er meestal een verlammend
gevoel van eigen ineffictiviteit op; dit is het slechts handelen op voorschrift van andere mensen, en niet omdat de patiënt dat zelf zo
wil.

Wat ik ook maar doe, ik beoordeel mezelf altijd slecht en breek mezelf af. Ik zie mezelf als een vervelende mug, waar iedereen zo
snel mogelijk vanaf wil. Ik durf niet te spreken tegen anderen, want ik voel mezelf veel minder waard dan hen. Ik ben niet
interessant, ik ben mezelf kwijt geraakt. Ik ben nog maar een schaduw van het meisje dat ik vroeger was. Waar is de Kim
gebleven die nog kon lachen, of zelfs de slappe lach had, die voor niets haar hand omdraaide en altijd klaarstond met een idee?
Je ziet ik ben een nul. Misschien wil ik wel niet eens genezen. Ik zit hier mijn tijd ter verprutsen in het ziekenhuis, het is alsof de
eenzaamheid me alles doet vergeten wat met het echte leven te maken heeft. Pas als je je vrijheid kwijt bent, besef je hoe
belangrijk dat is. Vrij kunnen zijn als een vogel in de lucht. Maar waar zou ik naartoe gaan? Ik heb geen doel, geen levenslust…

Niet alle gedragingen zijn altijd direct herkenbaar, want de meeste eetgestoorde mensen hebben een geweldig vermogen ontwikkeld
om ze te verbergen. Hoewel iedere patiënte uniek is en niet alle gedragingen hoeft te vertonen, komen de volgende kenmerken veel
voor. Anorexia nervosa patiënten zijn over het algemeen erg volgzaam ten opzichte van hun ouders en leraren en leveren in het
algemeen goede schoolprestaties.

Mama heeft vandaag aan de directeur verteld dat ik erg ziek ben en de eindexamens niet zal kunnen meedoen omdat ik te zwak
ben en in het ziekenhuis zal opgenomen worden. De directeur stelde mama gerust dat ik waarschijnlijk zonder examens naar het
vijfde zal mogen omdat ik goede punten heb.
Toen ik dit hoorde,barsste ik in snikken uit. Aan de ene kant ben ik erg opgelucht dat ik die vermoeiende examenreeks niet hoef
mee te doen ( waarschijnlijk ) , maar aan de andere kant ben ik ook blij dat ik er nu eindelijk eens met sterke wapens gevochten
zal worden tegen mijn eetprobleem, in het ziekenhuis. Maar ik ben zo bang en onzeker voor wat me allemaal te wachten staat.
Oh, zal ik het wel aan kunnen om maanden achter elkaar in het ziekenhuis te blijven, zonder Lynn zonder mama? Waar zal ik
terechtkomen? Wie heeft er een antwoord op mijn vragen? Wie kan me helpen? Vandaag heb ik voor het eerst sinds jaren nog
eens gebeden, en om hulp gevraagd…

Ze conformeren zich sterk aan de opvattingen van hun omgeving en hebben veel behoefte aan bevestiging en waardering van
anderen; ze zijn bang om in de ogen van hun omgeving te falen. Dit hangt samen met het feit dat anorexia-nervosa patiënten zichzelf
vaak erg negatief beoordelen en gebukt gaan onder heftige schuld-, angst- en minderwaardigheidsgevoelens.

Wanneer patiënten los van familie en school komen te staan of een andere ingrijpende verandering ondergaan, treedt hun
onvermogen om los van leidinggevende personen te functioneren naar buiten. Anorexiapatiënten denken dit onvermogen te
camoufleren door op een starre en perfectionistische manier de inname van voedsel te beperken. Ze leggen niet zelden een
welhaast bovenmenselijke zelfbeheersing aan de dag en kunnen heel lang volhouden dat ze geen eetprobleem hebben. Meestal is
het de omgeving, vooral de ouders, die de patiënte willen duidelijk maken dat er iets met haar aan de hand is.

Mensen met anorexia nervosa hebben vaak slaapproblemen. Ze slapen moeilijk in of hebben problemen met doorslapen.
Slaapproblemen kunnen samenhangen met een algemene lichamelijke rusteloosheid of hyperactiviteit. Deze kan zich op
verschillende manieren uiten, bijvoorbeeld door extreme, fanatieke vormen van sportbeoefening. Of iemand kan niet meer stilzitten
om naar een televisieprogramma te kijken of een boek te lezen en zoekt allerlei excuses om weer iets te ondernemen.

Andere gedragingen die veel voorkomen bij anorexia – nervosa patiënten zijn depressieve klachten, emotionele instabiliteit,
zwakkere of niet bestaande seksuele gevoelens, angst, verwarring en algehele onzekerheid tegenover de eisen die het dagelijkse
leven stelt.

Diep in haar hart is een anorexia patiënte vaak trots op haar prestaties, of het nu gaat om studie of werk of om het voldoen aan
zelfopgelegde eisen wat eten betreft. Ze denkt : „lijnen, dat kan ik toch maar prima!“

Het ontkennen van honger en van de noodzaak tot eten geeft haar een gevoel van macht over haar eigen lichaam en zelfs over haar
omgeving. Voor een anorexia patiënte is de buitenwereld bedreigend; ze heeft er geen controle over. Door te vasten wordt als het
ware‘de natuur‘ overwonnen en krijgt men daardoor een gevoel van triomf. Met die gevoelens van triomf en trots lopen patiënten
overigens niet te koop, want dat zou kunnen betekenen dat ze door anderen gedwarsboomd worden in hun plannen.

Vandaag ben ik met mama naar de dokter gemoeten. Mama vind immers dat ik te mager geworden ben. Heeft ze me misschien
nog niet goed bekeken? Ik ben echt wel niet te mager! De dokter vroeg gewoon of ik nog wel goed eet enzo, en ik zei: "ja, ik eet
heel goed en ik snoep ook wel eens“. Toen heeft de dokter mama gerustgesteld dat het wel gewoon de puberteit zal zijn , en dat
het wel meer voorkomt dat meisjes dan magerder worden.
Ik moet nu wel elke dag opschrijven wat ik eet. Fijn, ik kan iedereen wijsmaken dat ik een echte snoepkont ben. Goed, dan is
mama ook niet ongerust. Want ze moet ook helemaal niet ongerust zijn. Ik ben gewoon een mollig meisje dat op dieet is. Het is
zelfs gezond om op dieet te gaan . Als ik soms zie wat Lynn allemaal snoept op een dag, ben ik heel blij dat ik gezonder bezig
ben. Alhoewel ik soms ook wel eens zin heb om iets mee te snoepen. Maar ik geef er niet aan toe hoor. Dan voel ik me toch
alleen maar schuldig en bovendien moet ik mezelf dan weer straffen. Dan moet ik weer zoveel kilometer gaan lopen. Neenee, laat
mij maar rustig doen, ik weet waar ik met bezig ben.

Ontstaan

Ik weet niet meer wat te doen. Bompa is gestorven en vandaag is ook Herman overleden! Hoe kan het nu? Het leven en de zin
ervan lijkt zomaar als zand door mijn vingers te glippen. Het lijkt of een stukje van mij mee met Herman gestorven is. Waarom
moeten jonge, lieve mensen sterven?

Waarom is het leven zo oneerlijk? Het is alsof een pas opengebloeid bloempje vertrappeld wordt door een onvoorzichtige
schoen. Met het enige verschil dat niemand hieraan schuld heeft! Wie beslist er over leven en dood? En wat is dat doodgaan,
waar is het leven dan naartoe? Vanwaar komt die wazige blik in de ogen? Waar is dan de levendige glans in de ogen van iemand
die leeft?
Ik voel me zo triest, ik begin soms zonder reden te huilen, maar mama vind dat beangstigend. Ze ziet me niet graag zo triest. Dat
maakt haar bang, ik moet me erover heen zetten zegt ze! Maar hoe??? Niemand mag zien dat ik verdrietig ben en flauw doe. Ik
mag de mensen niet ongelukkig maken. Ik moet meedraaien in het toneelspel dat volwassen altijd spelen. Als ik er slank en fit
uitzie, zie ik er zeker gelukkig en ik moet meedraaien, mag niet huilen, maar ik wil zo graag…

Over de oorzaken en de ontwikkeling van anorexia nervosa bestaan verschillende theorieën, maar die worden niet allemaal
ondersteund door harde onderzoeksgegevens. Al deze theorieën belichten bepaalde aspecten van de ziekte. Zoals bij vrijwel alle
psychiatrische stoornissen moeten we wellicht uitgaan van een meervoudige oorsprong: invloeden van biologische, psychologische
en sociale aard staan met elkaar in wisselwerking en hebben uiteindelijk een eetstoornis tot gevolg. In de psychiatrie spreekt men
vaak over het bio-psycho- sociale model om het ontstaan van psychische stoornissen te verklaren.

Hoe onderzoekers denken over het ontstaan van eetstoornissen, hangt af van het wetenschappelijk model waarbinnen ze hun
theorieën formuleren. Uitgaande van het bio-psycho-sociale model worden hieronder biologische, psychologische en sociale
factoren besproken.

Biologische factoren

Al in het begin van deze eeuw werd de gedachte geopperd dat de hersenen een oorzakelijke rol spelen bij het ontstaan van
eetstoornissen. In de jaren zestig dacht men dat de oplossing in de hypothalamus ligt. De hypothalamus is een klein maar belangrijk
gebied in de hersenen dat de bedrijfshuishouding van ons lichaam regelt. Dit gedeelte van de hersenen speelt een rol bij
voedselinname en verzameling, maar ook bij de regeling vab de waterhuishouding, de temperatuur en de slaap. De hypothalamus
regelt daarnaast via de afgifte van hormonen het begin van de puberteit en de maandelijkse terugkeer van de menstruatie.

Een van de lichamelijke gevolgen van anorexia is dat de menstruatie stopt, soms zelfs voordat er gewichtsverlies optreedt. Daarom
heeft men vaak gedacht dat een storing van de hypothalamus de oorzaak zou kunnen zijn van een eetstoornis. Maar het omgekeerde
lijkt veel meer waarschijnlijk, namelijk dat vanwege de eetstoornis een storing in het functioneren van de hypothalamus ontstaat.

Hoewel het wetenschappelijk onderzoek nog geen duidelijk antwoord geeft op de vraag over de rol van de hypothalamus, lijkt het er
momenteel niet op dat een stoornis in de hypothalamus de grondoorzaak van de eetstoornis is.

Een andere mogelijke biologische oorzaak zou een tekort aan bepaalde essentiële voedselbestanddelen kunnen zijn, zoals zink.
Sommige onderzoekers stellen bijvoorbeeld dat het geven van zink ( overigens in kleine hoeveelheden) de eetstoornis zou
verminderen, maar op dit moment zien de meeste artsen hier echter nog weinig heil in.

Psychiaters verwachten meer heil van nieuwe geneesmiddelen tegen depressies, de antidepressiva. Deze werken op bepaalde
stoffen in de hersenen die boodschappen van de ene zenuwcel naar de andere overbrengen ( de neurotransmitters ).

Er zijn ook aanwijzingen dat erfelijkheid een rol speelt. In sommige families komen eetstoornissen vaker voor dan in andere. Nog
sterker zijn de aanwijzingen uit onderzoek naar tweelingen. Bij tweeling onderzoek worden tweelingen onderzocht waarvan ten minste
een van de twee een eetstoornis heeft. Het meest opvallende is dat er een groot verschil is tussen eeneiïge en twee-eïge tweelingen.

Eeneiïge tweelingen zijn erfelijk gezien identiek en hebben precies dezelfde genen. Twee-eiïge tweelingen lijken erfelijk gezien op
elkaar als gewone zusjes. Uit onderzoek naar eeneiïge tweelingen blijkt dat beiden vaker een eetstoornis hebben dan twee-eiïge
tweelingen. Dit onderzoek wijst er dus op dat erfelijke aanleg een belangrijke rol kan spelen.

We zouden de hersenen kunnen opvatten als een soort combinatie van een chemische fabriek en een computer, aangestuurd door
de erfelijke aanleg. In deze chemische fabriek of computer kunnen vele storingen optreden. Van andere psychische stoornissen,
zoals psychose en depressies, is bekend dat biologische factoren een belangrijke oorzaak kunnen zijn. Van eetstoornissen weet
men dat niet, of beter gezegd, nog niet. Gezien de vooruitgang van het wetenschappelijk onderzoek lijkt het aannemelijk dat we in de
toekomst meer te weten zullen komen over mogelijke biologische oorzaken.

Psychologische factoren

(Ontwikkelings)psychologische theorieën leggen het accent op de eisen die de puberteit stelt. Deze eisen zouden te hoog zijn. In de
puberteit vinden er immers ingrijpende lichamelijke en psychische veranderingen plaats, waarvan vooral jonge meisjes kunnen
schrikken en waaraan ze zich niet zonder problemen kunnen aanpassen.

Ze verlangen er dan naar weer een kind te zijn en zijn bang voor de volwassenheid, het zelfstandig maken van keuzes en het op
eigen benen staan. Deze angst wordt wel‘ rijpingsangst‘ genoemd. Door te hongeren ontwikkelst het vrouwenlichaam zich
onvoldoende of in vertraagd tempo, waardoor de menstruatie wegblijft en zij een onvolwassen meisje kan blijven.

Kinderen bij wie de eigen innerlijke signalen, behoeften en gevoelens in de vroege jeugd niet zijn bevestigd, leren deze niet goed te
interpreteren en onderscheid te maken tussen hun eigen behoeften en die van anderen. Daardoor kunnen ze zich niet voldoende
losmaken van hun opvoeders. Het gevolg is dat deze kinderen een gering gevoel van eigenwaarde en eigen competentie
ontwikkelen. Ze leren niet om te vertrouwen op eigen signalen, die hen helpen controle over zichzelf op te bouwen. Het komt erop
neer dat ze een zwak besef van autonomie krijgen. In reactie hierop streven ze naar perfectie en zo verminderen ze hun angst voor
kritiek, afwijzing en mislukking.

Sociale factoren

Sociaal-culturele theorieën benadrukken culturele normen en waarden binnen de samenleving. Dat vele vrouwen bang zijn om dik te
worden heeft onder andere te maken met de in onze maatschappij geldende norm“slank is mooi“, die door de reclame stevig in de
hand wordt gewerkt. De druk op vrouwen om dieet te houden en slank te zijn is steeds sterker geworden. Lichaamsbeweging,
lichaamsbeleving en gezonde voeding spelen een belangrijke rol. Bovendien worden er aan mensen met overgewicht doorgaans
negatieve eigenschappen toegeschreven, zoals passiviteit en domheid. Voor zulke ideeën bestaat er geen enkele
wetenschappelijke grond, maar‘men‘ vindt nu eenmaal dat het iemand die niet in staat is zijn of haar gewicht onder controle te
houden, onbreekt aan zelfdiscipline en zelfcontrole.

In landen waar slank en mooi zijn niet op een lijn worden gesteld, is het opvallend dat eetstoornissen nauwelijks lijken voor te komen.
Daarmee is anorexia een typische ziekte van de westerse consumptiemaatschappij.: Noord-Amerika en Noord – Europa spannen
de kroon.

Naast de druk om slank en dus mooi, energiek en gezond te zijn is er een andere sociaal-culturele norm: die van de rol die vrouwen
in de samenleving spelen. Een vrouw wordt in de moderne maatschappij geacht een complexe en tegenstrijdige rol te spelen. Aan
de ene kant is er het traditionele rolpatroon van de zachtaardige en zorgzame vrouw, die haar eigen ambities opgeeft om- in het
ideale geval- voor haar man en kinderen te zorgen. Aan de andere kant wordt van vrouwen verwacht dat ze een goede opleiding
kiezen en carrière maken. Ze komen daardoor met zichzelf en met hun omgeving in conflict en worden onzeker. Gevolg daarvan kan
zijn dat ze steeds meer gaan streven naar perfectie en controle.

Naast het belang dat wordt toegekend aan sociaal-culturele factoren heeft men ook onderzocht of het gezin als sociaal systeem een
oorzakelijke rol zou kunnen spelen bij eetstoornissen. In het verleden werden ouders nog wel eens als de schuldigen aangewezen
van het feit dat hun dochter een eetstoornis had ontwikkeld. Psychiaters die deze theorie aanhingen, spraken van gestoorde
verhoudingen binnen het gezin, zoals onopgeloste conflicten, gestoorde onderlinge communicatie, rivaliteit en gebrek aan aandacht.
Deze theorie heeft echter veel leed veroorzaakt bij ouders, die toch al verschrikkelijk te lijden hadden onder de ziekte van hun
dochter.

Tegenwoordig beschouwt men de ouders gelukkig niet meer als schuldig aan een eetstoornis. Het is wel zo dat ze een belangrijke
rol kunnen spelen bij het ondersteunen van een eetgestoord kind.

In het ziekenhuis

3/06/’99 donderdag

Gisterenavond heb ik nog huilend naar mama gebeld omdat ik me zo alleen voelde en zo klein op deze grote, draaiende bol. Ik
voelde me echt zo hulpeloos, maar mama en Lynn hebben me goed getroost. Toch ben ik met een klein hartje ingeslapen.

Vandaag is mama me om 17u ongeveer al komen bezoeken. En weer had ze spulletjes van me bij. Tegen de tijd dat ik naar huis
ga heb ik een camion nodig om alles terug mee naar huis te nemen. Tgoh“ thuis“ het klinkt zo hoopvol en vertrouwd in mijn oren!
Ik krijg weer een krop in de keel, want ik bedacht zonet dat als ik hier 2 maanden ga liggen, mama me misschien zal vergeten. Nu
komt er nog veel bezoek omdat ik hier nog maar net ben, maar als ik lang blijf zal mama me misshien vergeten.

Ik weet wel dat het ziekenhuis de enige goede oplossing is, maar ik voel me zo alleen. Ik ben zo bang de moed te verliezen, mijn
moed is zo breekbaar en ik mis mama en het gewone leven.

5/06/'99 zaterdag

… na het eten is mama weer binnengevallen. Zij is echt mijn rots in de branding. Zonder haar ben ik verloren. Als ze hier
binnenwandelt, met haar moederlijke glimlach op haar gezicht, voel ik me helemaal opfleuren.

Ontwikkeling

Ik ben heel streng voor mezelf geworden. Soms vind ik dat wel vervelend, want dan heb ik zo‘n zin om eens niet met eten of sporten
bezig te zijn. Maar meestal ben ik wel fier op mezelf. Ik eet nu elke dag een halve appel en ik drink anderhalve liter water. Een keer
per week mag ik zelfs een rijstkoek eten. Daar eet ik dan hele kleine stukjes van zodat ik er langer van kan genieten. Ik heb ook
helemaal geen honger meer, hoor.

En ik doe elke dag 300 buikspieroefeningen, en 's avonds na school ga ik een halfuur sprinten in het park.

Ik voel me opperbest. En ik ben helemaal niet te mager hoor. Ik ben net goed, maar ik mag natuurlijk niet bijkomen. Daarom val ik
nog wat meer af, dan mag ik daarna zoveel snoepen als ik wil om weer op mijn huidige gewicht te komen.

Factoren die zich tijdens de ziekte ontwikkelen en deze bevorderen, staan bekend als instandhoudende factoren.

De patiënte kan terechtkomen in een spiraal van elkaar versterkende en bevorderende factoren van biologische, psychologische en
sociale aard.Hongeren als zodanig draagt in elk geval bij tot instandhouding van de ziekte. De obsessie met voedsel kan door het
hongeren toenemen. Andere ziektebevorderende psychische veranderingen kunnen zijn: toename van depressies, angsten en
minderwaardigheidsgevoelens, vervlakking van het gevoelsleven, en afname van seksuele gevoelens. Uithongering kan ook het
gevolg hebben dat iemand zich niet meer kan concentreren, besluitloos, prikkelbaar, somber en emotioneel labiel wordt. Hierdoor
worden de waarneming en de beleving van de dagelijkse werkelijkheid vertekend.

Daarnaast wordt een eetstoornis in stand gehouden door lichamelijke factoren. De tijd waarin de maag zich na een maal ontledigt, is
bij sterk vermagerde patiënten namelijk veel langer dan normaal.

Dit fenomeen en de chronische obstipatie die er het gevolg van is, geven eetgestoorde mensen een opgeblazen gevoel, wat ertoe
leidt dat ze de omvang en de frequentie van maaltijden gaan verminderen.

Eetstoornissen

Door sommigen wordt anorexia nervosa wel als verslaving van het hongeren beschreven.

Bij anorexia betekent afstand doen van hongeren een verlies van identiteit en een verlies van macht. De anorexia verslaafde is
geobsedeerd en handelt dwangmatig, wil goede vriendjes blijven met iedereen, ontwikkelt gewenning en afhankelijkheid van de
verslaving en kan bij gedwongen voedselinname onthoudingsverschijnselen gaan vertonen( zoals trillen, transpireren, angstig en
depressief worden).

Onderzoek heeft aangetoond dat er veel aanwijzingen zijn dat bij een sterke daling van het lichaamsgewicht een pathologische
verandering in het psychisch functioneren optreedt. Er ontwikkelt zich een geestelijke vervlakking, waardoor een pseudo-identiteit
kan ontstaan. Sommige patiënten voelen zich net als verslaafden door de vervakking subjectief beter, maar in werkelijkheid zijn ze
gestoorder. Veranderingen in het gevoelsleven zijn bijvoorbeeld ook onaandoenlijkheid, gevoelloosheid, contactarmoede, verstarring
binnen relaties, realiteitsontkenning en geloof in persoonlijke onkwetsbaarheid.

Gevolgen van de eetstoornissen

Lichamelijke stoornissen

Ik snap niet dat het schadelijk is. Ik eet heel gezonde producten, ik voel me heel fit , ik beweeg veel en ik heb geen klachten. Er
kunnen als gevolg van het ondergewicht veel lichamelijke verschijnselen voorkomen, omdat patienten er zeker in het begin niet over
klagen.

Ten eerste stopt de menstruatie, want de hormonen die voor de menstruatiecyclus zorgen, nemen af tot het niveau van voor de
puberteit. Omdat het uitblijven van de menstruatie vaak al vroeg optreedt, is het een belangrijk aspect voor de snelle
herkenning van een mogelijke eetstoornis.
Ten tweede ontstaan door de verminderde voedselinname en het gewichtsverlies een langzame hartslag en een lage
bloeddruk, waardoor de patiënten zich snel moe voelen.
Doordat er weinig eten wordt verteerd, daalt de lichaamstemperatuur en hebben anorexia patiënten koude, blauwe handen en
voeten.
Als het gewicht verder afneemt, treedt er haaruitval op. Veel patiënten schrikken hiervan. Ook hun huid gaat veranderen: die
wordt extreem droog en schilferig, en jeukt soms. Daarnaast zien we ook wel een vochtophoping in de onderbenen (oedeem).
Voorts is er veel kans op een moeilijke stoelgang en harde ontlasting (obstipatie), doordat deze patiënten weinig eten en
drinken.
Bij jonge pubers kan een tekort aan essentiële voedingsbestanddelen leiden tot een groeiachterstand met als gevolg een klein
postuur. Alleen wanneer het lichaamsgewicht zich herstelt voordat de groeischijven in de botten gesloten zijn, is er alsnog groei
mogelijk, maar vaak blijven patiënten lichamelijk onvolgroeid. Als anorexia vele jaren duurt, kan botafbraak (osteoporose)
ontstaan met een toegenomen kans op botbreuken. Ook kan langdurige anorexia leiden tot onvruchtbaarheid.

Al met al is het beslist niet overdreven anorexia als een lichamelijk gevaarlijke ziekte te beschouwen. Weliswaar verdwijnen bijna alle
symptomen als er een stabiel normaal gewicht is bereikt, maar dan is het soms al te laat.Voor die tijd kan er onherstelbare schade
zijn aangericht, bijvoorbeeld botafbraak.

Andere gevolgen

Ik voel me zo triest en ik weet dat dat niet mag want ik heb geen reden om triest te zijn. Ik heb alles wat ik nodig heb. Maar toch…
ik voel me zo eenzaam. Het enige wat ik doe is studeren. Nooit ga ik eens weg met een vriend of vriendin. Soms wil ik dat zo
graag, maar meestal heb ik er eigenlijk geen zin in. Ik heb toch niets interessant te vertellen. Of maak ik mezelf maar wijs dat ik er
geen zin in heb?

Eetstoornissen hebben niet alleen meer of minder ernstige lichamelijke gevolgen. Ze hebben ook veel invloed op iemands
psychische welbevinden in sociale functioneren. Het is alleen niet altijd duidelijk wat op dit gebied oorzaak en gevolg is. Zo kan
een jonge vrouw anorexia ontwikkelen omdat ze depressief is, maar depressiviteit kan ook een gevolg zijn van het lijden aan
een eetstoornis, en kan daardoor in stand worden gehouden.
De meeste patiënten ontwikkelen een eetstoornis in of vlak na de puberteit. In de regel zitten zi dan op school, volgen ze een
opleiding of hebben ze een baan. Zowel jongens als meisjes zijn in de puberteit extra gevoelig voor wat anderen over hen
zeggen en voor mogelijke kritiek. Daardoor komen eetgestoorde jongeren onder grote druk te staan, want ze willen niet – of
althans niet zichtbaar- afwijken van de groep.
In de omgang met andere mensen is het prioriteit nummer een om hun ziekte verborgen te houden. Niemand mag er iets van
merken, want dan zouden ze wel eens gedwarsboomd kunnen worden in hun plannen om‘slank‘ te worden. Het geheimhouden
van de eetstoornis vereist een ongeloofelijke inventiviteit en een heel arsenaal aan smoesjes, variërend van“dit lust ik niet“ tot“
nee dank je, ik heb net gegeten“. Binnen een gezin, waar men de maaltijden gezamenlijk gebruikt, is het helemaal niet
eenvoudig voedsel te weigeren.
Al het plannen, geheimhouden en letten op andere mensen in verband met het eigen eetgedrag betekent een enorme stress.
Zoiets gewoons als naar een restaurant of een verjaardagsfeestje gaan kan ontaarden in een regelrechte ramp.Een
eetgestoorde patiënt kan daar al ruim van te voren doodzenuwachtig van worden.
Stress maakt mensen kwetsbaar, onzekern dwingerig of snel geïrriteerd, waardoor hun omgeving te maken krijgt met hun
plotselinge en onbegrijpelijke stemmingswisselingen. Eetgestoorde patiënten zijn onder de oppervlakte meestal geen
gemakkelijke mensen om mee om te gaan. Ze moeten van zichzelf aan een heleboel regels voldoen en worden in hun denken
en doen erg door hun ziekte in beslag genomen. Hun stoornis brengt hen daardoor al gauw in een sociaal isolement.
Wie last heeft van hoest, slikt een hoestdrankje. Wie een ontstoken blindedarm heeft, gaat naar de dokter en laat zich
opereren. We vinden het normaal dat we hulp zoeken als we iets mankeren en dat onze kwalen en ziektes in de meeste
gevallen kunnen worden verholpen. Maar bij eetstoornissen ligt dat anders. Deze ziektes blijven vaak jarenlang verborgen. De
patiënte houdt haar ziekte opzettelijk geheim en ze ontkent vaak dat ze ziek is. Wanner een mens een ziekte in zijn eentje moet
verwerken, trekt dat een zware wissel op de geestelijke spankracht; hij of zij leeft niet alleen in de gewone dagelijkse
werkelijkheid; maar daarnaast ook nog eens in de werkelijkheid van de ziekte. De persoon in kwestie kan alleen al hiervan
steeds dieper in de put raken en een gevoel van vervreemding krijgen.

Vlak na het avondeten voel ik me hier altijd zo alleen. Het gevoel dat ik de strijd allen moet voeren. Direct voel ik me dikker en ik
betrap me erop dat ik terugval in oude gedachtenpatroontjes. Zie je wel, het lukt me niet. Er is hier wel aandacht en begrip voor dit
soort situaties, maar ik durf er niet om vragen.

Constant een gevoel van vechten, veranderen, het niet willen zien van de dingen om me heen. Het gaat zelfs zover dat ik denk:
waar leef ik toch voor, waarvoor doe ik het eigenlijk allemaal, dat vechten? Ik weet dat ik, als ik me hierin laat gaan,steeds vaster
kom te zitten. Waarom voel ik me zo alleen? Redenen kan ik niet verzinnen en wat zouden die oplossen? Het liefst zou ik willen
dat zich vanzelf een positiever gevoel zou aandienen, dat het vanzelfsprekender is dat ik me goed voel. Ik wil huilen, maar het lukt
niet. Alles aan mijn lichaam doet pijn en ik voel me opgejaagd. Ik ben zo moe en ben al die stress meer dan zat. Het is de angst
voor mijn zelfstandigheid plus de verantwoordelijkheid die daaruit voortvloeit? Ik voel dat er iets uit moet: pijn, agressiedie ik in de
afgelopen jaren in mezelf heb opgepot. Hoe pak ik mijn toekomst aan en wat wil ik doen? Ik heb het idee dat ik al heel veel zou
moeten kunnen en beheersen, maar in werkelijkheid kan ik dat niet.

Depressiviteit in het algemeen komt veel voor bij eetgestoorde patiënten. Die uit zich in een minimaal gevoel van eigenwaarde,
geïrriteerdheid, gebrek aan energie, verlies van zelfvertrouwen, concentratiestoornissen, algeheel pessimisme, zich
terugtrekken uit het sociale leven, wanhoop, en niet in de laatste plaats schuld en schaamte.
Meestal is schaamte de oorzaak van schuldgevoel. Als een patiënt er niet in slaagt het, in haar ogen, ideale lichaamsgewicht te
bereiken, kan ze zichzelf ook om die reden gaan veroordelen of veroordeeld gaan voelen. Die veroordeling kan uitlopen op
walging van zichzelf en zelfhaat. In die omstandigheden zijn gedachten over zelfmoord en pogingen daartoe geen uitzondering
meer.

Alles bij elkaar hebben mensen met anorexia het behoorlijk moeilijk met zichzelf en met hun omgeving. Maar het is een hoopgevende
gedachte dat de symptomen van deppresiviteit en moeizaam sociaal functioneren meestal verdwijnen als de eetstoornis zelf
verbetert.

Professionele hulp

Een huisarts: De meeste vrouwen zijn bezig met hun gewicht. Het is vrijwel moeilijk om door te krijgen wanneer er een eetprobleem
achter zit. De patiënten werken ook niet mee om dat te vertellen; ze verbergen het werkelijke probleem vaak. Alleen als iemand
ernstig vermagerd is, weet je vrijwel zeker wat er aan de hand is.

Hoe korter de eetstoornis bestaat en hoe jonger de eetgestoorde patiënte is, des te groter is de kans op een succesvolle
behandeling. Helaas wordt anorexia door huisartsen laat of niet onderkend. Dat wordt enerzijds veroorzaakt door tekorten in hun
opleiding en anderzijds doordat anorexiapatiënten hun ziek zijn ontkennen . De meeste artsen hebben ook weinig ervaring met
eetgestoorde patiënten, omdat ernstige eetstoornissen in hun praktijk relatief weinig voorkomen.

In de regel vraagt de patiënte trouwens zelf niet om hulp. Doet zij dat wel, dan is het meestal voor bijvoorbeeld met de vermagering
samenhangende lichamelijke klachten, zoals koude handen en voeten vermoeidheidsverschijnselen, slecht slapen of obstipatie.

Het is mogelijk dat een patiënte met een lichte eetstoornis na verloop van tijd spontaan geneest of haar ziekte op eigen kracht weet
te bestrijden. Helaas komt het ook vaak voor dat ze een groot deel van haar leven afwisselend periodes van verslechtering en
verbetering heeft. Een deel van de patiënten overlijdt na lange tijd: ofwel door de lichamelijke verschijnselen die de ziekte met zich
meebrengt, ofwel door zelfdoding.

Ernstig vermagerde patiënten worden in een ziekenhuis opgenomen. Bij zeer sterk ondergewicht moeten de patiënten eerst
lichamelijk aansterken om uit de levensbedreigende toestand te komen, voordat de rest van hun problemen kan worden aangepakt.
Het is van belang dat de gewichtstoename geleidelijk en gestaag plaatsvindt door het regelmatig toedienen van beperkte, maar
uitgebalanceerde maaltijden. Wanneer de patiënt in direct levensgevaar verkeert, wordt ze meestal op een afdeling intensieve
zorgen opgenomen. In dat geval geeft de internist soms sondevoeding of een infuus.

Een goede professionele behandeling is gericht op het herstel van het eetpatroon en de lichaamsbeleving, en het zoeken naar
andere manieren om problemen op te lossen dan lijnen, vasten of overeten. Afhankelijk van de ernst van de eetstoornis kan een
behandeling korter of langer duren. Dit hangt vooral samen met de leeftijd van de patiënte en de duur van de stoornis.

Naast maatregelen om tot gewichtsherstel te komen wordt ook aandacht geschonken aan het doorbreken van het gestoorde
eetgedrag, het stabiliseren ervan en aan de achterliggende problematiek. Voorwaarde daarvoor is onder andere dat de patiënte
eerlijk tegenover zichzelf en anderen kan zijn. Aan de kant van de hulpverlening zijn kennis, ervaring en een multidisciplinaire aanpak
nodig.

Psychotherapie kan pas een succes hebben als de patiënte in een redelijke lichamelijke conditie verkeert. Ernstige vermagering
vermindert namelijk de ontvankelijkheid voor problemen en het vermogen om ze emotioneel ter verwerken. Een te magere patiënte
voelt weinig of niet wat ze voelt. Als ze ernstig ondervoed is, kan men moeilijk nagaan of haar psychische stoornissen een gevolg zijn
van deze ondervoeding of dat deze hier los van staat en er mogelijk sprake is van een persoonlijkheidsstoornis.

Welke vorm van psychotherapie wordt gekozen, is niet alleen afhankelijk van de aard van de achterliggende problematiek, maar ook
van de leeftijd en de sociale factoren van de patiënte. Ook speelt de voorkeur van de behandelaar voor een bepaald behandelmodel
een rol. In de meeste gevallen is een individuele gesprekstherapie zoals die voor anderer problemen wordt toegepast niet
voldoende. Eetstoornissen vragen om meer specifieke behandelingen. De meest toegepaste zijn gezinstherapie, gedragstherapie
en groepstherapie.

Bij de meeste therapieën wordt de eetstoornis beschouwd als een signaal of uiting dat er iets ernstig misloopt in het privé- leven van
de patiënte. De behandeling richt zich niet alleen op het veranderen van het abnormale eetgedrag, maar ook op de betekenis en
functie ervan. Patiënte en therapeut proberen de boodschap die achter de ziekte schuilgaat te ontcijferen, waardoor het abnormale
eetgedrag overbodig wordt.

Een gezond lichaam

Anorexia patiënten gaan op een ongezonde manier met voedsel en met hun lichaam om. Ze zijn gefixeerd op hun lichaamsgewicht
en lichaamsvorm en willen niets liever dan slank zijn. Met hun wil proberern ze hun lichaam te sturen en daarbij negeren ze de
behoeften die het heeft of gaan ze daar niet goed mee om. Ook hebben eetgestoorde mensen vaak denkbeelden van wat gezond en
ongezond is die helemaal niet blijken te kloppen; ze weten meestal onvoldoende hoe het lichaam in werkelijkheid functioneert. Welke
stoffen het nodig heeft, wat verantwoorde afslankmethodes zijn en wat niet, wat een normaal lichaamsgewicht is, bij welk gewicht er
een gezondheidsrisico bestaat enzovoort.

Ik ga hier wat algemenen informatie geven over het menselijk lichaam in relatie tot voeding en gezondheid.

Lichaamsgewicht: quetelet-index of body-mass-index

De vraag die eetstoornispatiënten zouden moeten stellen is of hun“normale“gewicht ( dat zij dus als hoog ervaren) een gezond
gewicht is of niet. Wat een gezond gewicht is, valt eenvoudig te bepalen aan de hand van de Quetelet index of Body Mass Index.

De Quetelet index is een verhoudingsgetal dat de relatie aangeeft tussen lichaamsgewicht en lichaamslengte. Met de Quetelet index
is te bepalen of iemand voor zijn lengte een gezond lichaam heeft, of dat hij te zwaar of te licht is.

Gewicht = BMI x ( lengte in meter )

Voorbeeld 23x(1,70) = 66?5 kg

Omgekeerd geldt: BMI= gewicht:lengte

BMI < 15 of =15

BMI=19



BMI 19-25

BMI 25-30

BMI>30

BMI>40
extreem vermagerd

ondergrens normaal gewicht
(het is veiliger een ondergrens
van BMI=20 te gebruiken)

normaal gewicht

matig overgewicht

obesitas

morbide obesitas


Bij een Quetelet index van onder de 19 spreken we van ondergewicht. In eetstoornis klinieken wordt meestal als ondergrens een
Quetelet van 20 gehanteerd. Dit komt omdat een Quetelet van 19 voor alle mensen de ondergrens van een normaal gewicht is maar
voor vele mensen 20 of hoger hun meer individueel bepaalde ondergrens is. Dit wil zeggen dat deze vrouwen bij een QI van 19
bijvoorbeeld nog niet menstrueren.

Bij een Quetelet van meer dan 25 ( sommigen hanteren liever 27 als de grens) spreken we van overgewicht. Bij een index van meer
dan 30 lijdt de persoon in kwestie aan ernstig overgewicht of obesitas. Boven de 40 is de toestand nog ernstiger en spreken we van
morbide ( ziekelijke) obesitas. Er bestaat dan een groot gezondheidsrisico, evenals bij een index van minder dan 15; die persoon
heeft een extreem ondergewicht.

Wat een gezond gewicht is, is niet voor iedereen hetzelfde. Sommige mensen wegen gewoon meer dan andere, net zoals
sommigen grotere voeten hebben dan anderen. Er zijn variaties mogelijk. Iemands gewicht en lichaamsvormen worden voor een
groot deel bepaald door zijn lichamelijke geaardheid. Overgeërfde genen die het lichaam programmeren, zijn niet te veranderen.

Ook gelden dat spieren en botten veel zwaarder zijn dan vet.

Afgezien van aanleg en dergelijke zijn gewichtsschommelingen normaal. Het menselijk lichaamsgewicht schommelt normaal
gesproken met zo’n twee kilo of meer. Heel snelle gewichtsschommelingen zijn niet normaal.

Opvattingen en misvattingen over Anorexia

Anorexia is aanstellerij en een luxeprobleem. Deze mensen willen alleen maar aandacht trekken.

Van anorexia patiënten wordt vaak gedacht dat ze zich aanstellen. Ze zouden geen problemen (mogen) hebben, maar die uit
verveling en/of een ongezonde behoefte aan aandacht zelf opzoeken. Hun eetprobleem wordt door leken, maar soms ook door
artsen of andere hulpverleners gebagatelliseerd. Men zegt algauw dingen als “Die vrouwen moeten maar gewoon eten!” De
eetstoornissen worden daarmee echter ontkend en men beseft onvoldoende dat het hier gaat om ernstige psychiatrische ziekten met
ingrijpende en soms dodelijke gevolgen. Het mag dan waar zijn dat anorexia vooral in de westerse consumptiemaatschappij
voorkomt, dat maakt deze stoornissen nog niet minder tot een gruwelijke werkelijkheid.

Wie tegenover een eetgestoorde patiënte opmerkingen maakt als “Zeur eens niet zo, denk liever aan de hongersnood in de Derde
Wereld!”, ontkent de realiteit. Hieraan ligt niet zelden en sterk en star normbesef van de spreker ten grondslag: “Wij hebben in onze
Westerse maatschappij geen klagen, want met ons gaat het goed. Sterker nog: wij hebben niet het recht om over zoiets als voedsel
problemen te maken.”

Maar mensen die aan een eetstoornis lijden, hebben het met hun eigen schuld en schaamte al moeilijk genoeg zonder dat hun
omgeving daar nog een schepje bovenop doet. Iemand die eetstoornispatiënt is geweest, komt daar nooit meer vanaf. Het is zeker
niet gemakkelijk om van een eetstoornis te genezen, maar gelukkig overwinnen uiteindelijk- soms na vele jaren- de meeste patiënten
al of niet met professionele hulp hun eetstoornis.

Het genezingsproces hangt af van een groot aantal factoren daarom is het niet goed mogelijk om algemene uitspraken te doen over
de prognose. De prognose van anorexia blijkt onder andere samen te hangen met leeftijd van ontstaan en ziekteduur. Bij relatief
jonge patiënten met een relatief korte ziekteduur is de prognose meestal gunstig als tijdig professionele hulp wordt gezocht.

Veel eetstoornispatiënten vertellen dat ook als ze genezen zijn, eten en alles wat daarmee samen hangt een “zwakke plek” blijft. Het
is misschien het best te vergelijken met iemand die aan alcohol verslaafd is geweest: ook na genezing van de verslaving blijft alcohol
een zwakke plek. Een ex-alcoholist heeft het echter in zoverre makkelijker dat alcohol op zich niet iets noodzakelijks is, in
tegenstelling tot eten, dat een noodzaak blijft. Patiënten die genezen van een eetprobleem worden dus dag in dag uit geconfronteerd
met hun probleem.

Onderzoeken in gespecialiseerde centra voor eetstoornispatiënten geven aan dat van hun patiënten met meestal ernstige en
langdurige eetstoornissen uiteindelijk ongeveer de helft volledig geneest. Het volgen van een ballet- of modellenopleiding werkt
anorexia in de hand.

In bepaalde beroepen- zoals fotomodel, mannequin, ballerina- blijken eetstoornissen veel vaker voor te komen dan in andere.
Vermoedelijk hangt dit samen met het feit dat deze beroepen sterk op uiterlijk en slank zijn gericht. Men moet echter voorzichtig zijn
met de conclusie dat dergelijke beroepen of opleidingen anorexia veroorzaken ; het is immers mogelijk dat mensen die van zichzelf
al sterk gericht zijn op mager zijn, juist voor deze beroepen kiezen.

Slotwoord

Misschien lijkt het een beetje vreemd dat ik als onderwerp voor deze taak anorexia heb gekozen, omdat ik er zelf ook met te maken
heb gehad. Ik denk dat ik behoefte had om voor mezelf alles eens op een rijtje te zetten, want het is ook voor mij een heel
verwarrende periode geweest. Ook wilde ik aan anderen een iets duidelijker beeld geven van wat de ziekte inhoudt en wat de
gevolgen zijn zowel voor je omgeving als voor jezelf.

Het is een beetje mijn manier geweest om er voor goed afstand van te doen, van die vreselijke periode in mijn leven. Want deze
ziekte gaat niet alleen om het niet meer eten, er zijn nog zoveel andere dingen die je opgeeft voor anorexia. Je geeft jezelf op. Je
bent geen persoon meer, maar een schaduw van de persoon die je was. En jezelf verliezen geeft een heel akelig gevoel, je bevindt je
dan in niemandsland. Je hebt een eigen eilandje opgebouwd, waar je je eigen eenzame leventje leidt.

Toch ben ik op een of andere manier dankbaar om wat me overkomen is. Want ik heb er veel uit geleerd. Ik besef nu veel beter dat
het leven niet zo vanzelfsprekend is. Pas als je niet meer vrij bent om te gaan waar je wilt, als je 4 maanden noodgedwongen in en
ziekenhuis moet verblijven, zonder familie of vrienden bij je, dan pas besef je hoe kostbaar de vrijheid is en hoe mooi het leven.
Anorexia Nervosa

Inleiding

Mensen met een eetstoornis hebben een gestoord eetgedrag. Ze gaan op een vreemde manier met voedsel om. Ze eten
bijvoorbeeld niet als ze honger hebben en leggen zichzelf strenge dieetregels op die schadelijk zijn voor hun lichaam. Alles wat met
eten en voedsel te maken heeft, is voor hen beladen. Ze kunnen niet gewoon eten om gezond te blijven, zelfs niet als hun lichaam
daarom vraagt.

Gestoord eetgedrag hoeft op zich nog niet hetzelfde te zijn als een eetstoornis. Wie bijvoorbeeld „ geen hap door de keel krijgt“ in
tijden van stress, vlak voor een examen of in een periode van groot verdriet, heeft daarmee nog geen eetstoornis. In dit soort
gevallen herstelt het eetgedrag zich immers weer snel als de gebeurtenis in kwestie voorbij of verwerkt is. Maar het is iets anders
wanneer gestoord eetgedrag structurele vormen gaat aannemen en langere tijd –mogelijk jaren- duurt. Iemand die op die manier
manier met voedsel omgaat, lijdt aan een echte ziekte.

De bekendste, meest voorkomende en ernstigste eetstoornissen zijn anorexia nervosa ( magerzucht ) en bulimia nervosa (
vraatzucht ).

Patiënten die aan deze ziektes lijden, hebben vaak psychische problemen, die zij via hun eetgedrag uiten. Daarom worden anorexia
nervosa en bulimia nervosa gerekend tot de psychiatrische ziektes en worden ze ook als zodanig behandeld. Er kunnen in beide
gevallen echter ernstige lichamelijke verschijnselen optreden, die ook om aandacht en behandeling vragen.

Anorexia nervosa en bulimia nervosa komen veel vaker bij vrouwen dan bij mannen voor.

Naar schatting één op tweehonderdvijfig vrouwen tussen vijftien en vijfentwintig jaar lijdt aan anorexia nervosa. Mogelijk één op
twintig jonge vrouwen heeft bulimia nervosa.* Slechts één op twee duizend patiënten is een man. De ziekte begint in de meeste
gevallen in de pubertijd, meestal na de eerste menstruatie, of in de jong volwassenheid. Zelden begint een eetstoornis eerder. Er zijn
patiënten die de ziekte pas krijgen na het derde decennium van hun leven, maar ook die zijn ver in de minderheid.

Anorexia nervosa wordt sinds het eind van de vorige eeuw als een ziekte gezien. Naar bulimia nervosa wordt sinds de jaren tachtig
onderzoek gedaan. In 1980 werd bulimia nervosa officieel geclassificieerd als een ziekte. Waarschijnlijk komt bulimia nervosa vijf- tot
tienmaal zoveel voor als anorexia nervosa. Dit is niet met zekerheid te zeggen, omdat patiënten deze ziekte beter kunnen verbergen
voor hun omgeving. Ze hebben namelijk vaak een normaal lichaamsgewicht en geven zich alleen in het geheim over aan hun
vreetbuien.

(Vandaar ook het *je hierboven)

In de psychiatrie worden anorexia nervosa en bulimia nervosa weliswaar als twee aparte ziektebeelden beschouwd, maar ze hebben
drie kenmerken gemeen.

Ten eerste zijn alle patiënten met eetstoornissen erg bang om dik te worden. Hun angst is geen gewone bezorgdheid meer,
maar is irreëel en buiten proporties. Ze zien in gedachten hun lichaam grenzeloos uitdijen en zulke bizarre voorstellingen
roepen een intense walging bij hen op. Ook wanneer de patiënte verstandelijk inziet dat dergerlijke ideeeën absurd zijn, gaat
daarmee haar angst niet over en blijft ze het als de werkelijkheid ervaren.
In de tweede plaats zijn mensen met anorexia nervosa en bulimia nervosa geobsedeerd door alles wat met eten te maken
heeft. Eten en voedsel beheersen hun gedachtenwereld : ze tobben over wat ze wel en niet moeten eten en over de gevolgen
die dat zal hebben. Vaak zijn ze hier vanaf het moment dat ze wakker zijn de hele dag mee bezig, waardoor ze zich moeilijk op
andere dingen kunnen concentreren. Tegelijkertijd doen ze hun best hiervan niets te laten naar de buitenwereld toe. Door
zelfdiscipline en doorzettingsvermogen proberen ze hun concentratieproblemen te camoufleren.

Het derde kenmerk van mensen met een eetstoornis is een gestoord lichaamsbeeld. Dit is een ingewikkelder begrip. Het gaat
aan de ene kant over het letterlijke beeld zoals iemand dat van zichzelf in de spiegel ziet. Aan de andere kant gaat het ook om
het abstractere beeld dat iemand van zichzelf in gedachten houdt, de manier waarop zij zichzelf en haar lichamelijkheid ervaart.
De term‘lichaamsbeeld‘ ligt dan in het verlengde van het begrip ‘zelfbeeld’ in ruimere zin. Bij eetgestoorde patiënten zijn beide
soorten lichaamsbeelden vertekent en gestoord geraakt. Ze nemen de werkelijkheid niet waar zoals die is en zien zichzelf, ook
als ze broodmager zijn, als mensen met een te dik lichaam. Ze voelen zich ook dik en opgezwollen, en zijn in staat de signalen
die hun lichaam geeft wanneer het behoefte heeft aan voedsel te negeren of niet meer te voelen. Met andere woorden: ze
hebben geen besef meer van de werkelijkheid.

In westerse landen neemt het aantal patiënten met eetstoornissen de laatste jaren enorm toe. Dat is deels te verklaren doordat
artsen de symptomen beter leren herkennen.

Er is nog weinig bekend over de precieze oorzaken van eetstoornissen. Zelfs het exacte aantal patiënten is onbekend, omdat velen
van hen ontkennen dat ze ziek zijn of hun eetprobleem uit schaamte verbergen.Vanwege het gebrek aan kennis over eetstoornissen
heeft de Nederlandse regering de Gezondheidsraad om advies gevraagd.

Hoewel er in de psychiatrie onderscheid wordt gemaakt tussen anorexia nervosa en bulimia nervosa, lopen de ziektebeelden soms
in elkaar over of komen ze gelijktijdig voor. De patiënten hebben dan kenmerken zowel van anorexia nervosa als van bulimia
nervosa; in de psychiatrie spreekt men dan over anorexia nervosa, bulimische type. Bij anderen verschuiven de symptomen in de
loop van de tijd, bijvoorbeeld van anorexia nervosa naar bulimia nervosa.

Anorexia Nervosa

„Ik heb het gevoel dat ik niets kan, dat ik niets kan presteren, dat ik faal. Alleen lijnen kan ik goed. Het is alsof er een grote, zwarte
vieze duivel is waar ik enorm bang van ben en die zegt dat ik niet mag eten. Tegenover hem ben ik piepklein en stel ik niets voor.
Maar als je de duivel wegdenkt sta ik daar nog steeds:piepklein en doodsbang.

Bovendien geeft de die duivel me iets wat ik kan en waar ik goed in ben: vermageren. Anderen moeten toegeven aan eten en ik
niet. Dus eigenlijk heb ik die duivel nodig! Pas als ik groei en even groot wordt als hem kan ik gaan verdikken zonder
schuldgevoelens of paniekaanvallen omdat ik dan zekerder ben van mezelf en weer een eigen karakter heb. Maar momenteel
ben ik nog piepklein en niets waard en die duivel is nog heel sterk aanwezig…

Anorexia nervosa betekent letterlijk "gebrek aan eetlust door een nerveuse oorzaak". Dit is echter een gebrekkige benaming,
omdat mensen met anorexia nervosa wel eetlust hebben, maar die het grootste deel van de tijd negeren. Ze eten dus te weinig
omdat ze bang zijn dik te worden. De stoornis zou beter‘ lijnziekte‘ genoemd worden, want patiënten streven ernaar zo weinig
mogelijk calorieën te eten, met andere woorden: ze vasten. Ze slaan maaltijden over, gooien hun lunchpakket weg of schuiven het
eten ‚s avonds heen en weer op hun bord zonder er veel van te nemen. Het weinige dat ze eten, verloopt vaak volgens een vast,
dwangmatig patroon; ze knabbelen bijvoorbeeld om de twee uur op een rauw worteltje. Anorexia nervosa patiënten zijn dan ook in de
regel extreem mager.

Wanneer kan gesteld worden dat iemand aan anorexia nervosa lijdt? De internationaal overeengekomen criteria die daarvoor
worden gehanteerd , zijn vastgelegd in de vierde editie van het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, het
Amerikaanse handboek met diagnostische criteria voor psychiatrische aandoeningen, kortweg DSM-IV genoemd. Voor anorexia
nervosa luiden de criteria als volgt:

Weigering om een lichaamsgewicht te handhaven dat boven het minimumgewicht ligt dat normaal is voor iemands leeftijd en
lengte. Dat is het geval als het lichaamsgewicht blijvend vijftien procent lager is dan men normaal voor iemand van die leeftijd
en lengte zou verwachten. Het treedt ook op als een jongere niet, zoals gewoonlijk gedurende een groeiperiode, in gewicht
toeneemt, met als gevolg een lichaamsgewicht dat vijftien procent lager is dan verwacht mocht worden.
(Persoonlijk ben ik het niet met dit criteria eens. Ik vind het namelijk onjuist om het gewichtscriterium strak te hanteren.
Iemand kan met ondergewicht kampen maar toch geen anorexia nervosa hebben, naar mijn mening. Bijvoorbeeld de
begin- en herstelfase van een ziekte, of als je nu eenmaal heel mager van nature bent.)

Intense angst om in gewicht toe te nemen of dik te worden, ook bij een duidelijk ondergewicht.

Een stoornis in de manier waarop iemand zijn lichaamsgewicht, omvang of vorm beleefd. Het gevoel van zelfwaardering wordt
overdreven beïnvloed door het eigen lichaamsgewicht of de lichaamsvorm, of men ontkent de ernst van het ondergewicht.

Het uitblijven van de menstruatie, ten minste gedurende drie opeenvolgende maanden, als die anders wel zou zijn
voorgekomen. Dit heet amenorroe. (Om te kunnen menstrueren is het onder andere nodig dat het vrouwelijk lichaam een
bepaalde hoeveelheid vet bevat. Ontbreekt dit, dan blijft de menstruatie uit.)

Het handboek DSM-IV onderscheidt twee typen anorexia nervosa:

Het vasters-type (onthoudingstype) : Het gewicht ontstaat door extreem vasten. Gedurende de periode van anorexia nervosa
gaat de patiënte niet over tot vreet- of purgeergedrag ( dit is zelfopgewekt braken of misbruik van laxeermiddelen ) of
vochtafdrijvende middelen ( plaspillen ofwel diuretica).

Het bulimische type : Gedurende de periode van anorexia nervosa gaat de patiënte regelmatig over tot vreet of purgeergedrag.

Naast deze criteria, noodzakelijk voor de diagnose, zijn er ook andere, psychologische kenmerken. Zo zien we bij anorexia nervosa
patiënten vaak een stoornis in de waarneming of in de interpretatie van gewaarwordingen en signalen die uit het eigen lichaam
komen, zoals het niet herkennen of ontkennen van hongergevoel, dorst, vermoeidheid of pijn. Ook treedt er meestal een verlammend
gevoel van eigen ineffictiviteit op; dit is het slechts handelen op voorschrift van andere mensen, en niet omdat de patiënt dat zelf zo
wil.

Wat ik ook maar doe, ik beoordeel mezelf altijd slecht en breek mezelf af. Ik zie mezelf als een vervelende mug, waar iedereen zo
snel mogelijk vanaf wil. Ik durf niet te spreken tegen anderen, want ik voel mezelf veel minder waard dan hen. Ik ben niet
interessant, ik ben mezelf kwijt geraakt. Ik ben nog maar een schaduw van het meisje dat ik vroeger was. Waar is de Kim
gebleven die nog kon lachen, of zelfs de slappe lach had, die voor niets haar hand omdraaide en altijd klaarstond met een idee?
Je ziet ik ben een nul. Misschien wil ik wel niet eens genezen. Ik zit hier mijn tijd ter verprutsen in het ziekenhuis, het is alsof de
eenzaamheid me alles doet vergeten wat met het echte leven te maken heeft. Pas als je je vrijheid kwijt bent, besef je hoe
belangrijk dat is. Vrij kunnen zijn als een vogel in de lucht. Maar waar zou ik naartoe gaan? Ik heb geen doel, geen levenslust…

Niet alle gedragingen zijn altijd direct herkenbaar, want de meeste eetgestoorde mensen hebben een geweldig vermogen ontwikkeld
om ze te verbergen. Hoewel iedere patiënte uniek is en niet alle gedragingen hoeft te vertonen, komen de volgende kenmerken veel
voor. Anorexia nervosa patiënten zijn over het algemeen erg volgzaam ten opzichte van hun ouders en leraren en leveren in het
algemeen goede schoolprestaties.

Mama heeft vandaag aan de directeur verteld dat ik erg ziek ben en de eindexamens niet zal kunnen meedoen omdat ik te zwak
ben en in het ziekenhuis zal opgenomen worden. De directeur stelde mama gerust dat ik waarschijnlijk zonder examens naar het
vijfde zal mogen omdat ik goede punten heb.
Toen ik dit hoorde,barsste ik in snikken uit. Aan de ene kant ben ik erg opgelucht dat ik die vermoeiende examenreeks niet hoef
mee te doen ( waarschijnlijk ) , maar aan de andere kant ben ik ook blij dat ik er nu eindelijk eens met sterke wapens gevochten
zal worden tegen mijn eetprobleem, in het ziekenhuis. Maar ik ben zo bang en onzeker voor wat me allemaal te wachten staat.
Oh, zal ik het wel aan kunnen om maanden achter elkaar in het ziekenhuis te blijven, zonder Lynn zonder mama? Waar zal ik
terechtkomen? Wie heeft er een antwoord op mijn vragen? Wie kan me helpen? Vandaag heb ik voor het eerst sinds jaren nog
eens gebeden, en om hulp gevraagd…

Ze conformeren zich sterk aan de opvattingen van hun omgeving en hebben veel behoefte aan bevestiging en waardering van
anderen; ze zijn bang om in de ogen van hun omgeving te falen. Dit hangt samen met het feit dat anorexia-nervosa patiënten zichzelf
vaak erg negatief beoordelen en gebukt gaan onder heftige schuld-, angst- en minderwaardigheidsgevoelens.

Wanneer patiënten los van familie en school komen te staan of een andere ingrijpende verandering ondergaan, treedt hun
onvermogen om los van leidinggevende personen te functioneren naar buiten. Anorexiapatiënten denken dit onvermogen te
camoufleren door op een starre en perfectionistische manier de inname van voedsel te beperken. Ze leggen niet zelden een
welhaast bovenmenselijke zelfbeheersing aan de dag en kunnen heel lang volhouden dat ze geen eetprobleem hebben. Meestal is
het de omgeving, vooral de ouders, die de patiënte willen duidelijk maken dat er iets met haar aan de hand is.

Mensen met anorexia nervosa hebben vaak slaapproblemen. Ze slapen moeilijk in of hebben problemen met doorslapen.
Slaapproblemen kunnen samenhangen met een algemene lichamelijke rusteloosheid of hyperactiviteit. Deze kan zich op
verschillende manieren uiten, bijvoorbeeld door extreme, fanatieke vormen van sportbeoefening. Of iemand kan niet meer stilzitten
om naar een televisieprogramma te kijken of een boek te lezen en zoekt allerlei excuses om weer iets te ondernemen.

Andere gedragingen die veel voorkomen bij anorexia – nervosa patiënten zijn depressieve klachten, emotionele instabiliteit,
zwakkere of niet bestaande seksuele gevoelens, angst, verwarring en algehele onzekerheid tegenover de eisen die het dagelijkse
leven stelt.

Diep in haar hart is een anorexia patiënte vaak trots op haar prestaties, of het nu gaat om studie of werk of om het voldoen aan
zelfopgelegde eisen wat eten betreft. Ze denkt : „lijnen, dat kan ik toch maar prima!“

Het ontkennen van honger en van de noodzaak tot eten geeft haar een gevoel van macht over haar eigen lichaam en zelfs over haar
omgeving. Voor een anorexia patiënte is de buitenwereld bedreigend; ze heeft er geen controle over. Door te vasten wordt als het
ware‘de natuur‘ overwonnen.


Start |  Media |  Artikelen |  Gedichtenbundel |  VEN in Media |  Fragmenten |  Column |  Werkstukken