|
H 1
H 1.1 Wat is anorexia nervosa?
Als je anorexia nervosa in het woordenboek opzoekt vind je "gebrek aan eetlust
door nerveuze oorzaken". Deze naam is eigenlijk misleidend, omdat de patiënten
die hier aan lijden geen gebrek aan eetlust hebben, maar juist doelbewust
proberen hun eetlust en hongergevoel te onderdrukken. De patiënt kan zelfs de
eetlust of hongergevoelens als prettig ervaren.
Anorexia patiënten hebben een onweerstaanbare drang om af te vallen. Ze zijn er
als het ware aan verslaafd. Alles wat te maken heeft met eten, gewicht en
lichaamsomvang is een obsessie. Ze tellen voortdurend calorieën en tobben over
wat ze wel en niet moeten eten.
Je hebt twee soorten anorexia:
-Het vasters-type: Het ondergewicht ontstaat door extreem vasten. Gedurende de
periode van anorexia nervosa gaat de patiënt niet over tot vreet- of
purgeergedrag (zelf opgewekt braken of misbruik van laxeermiddelen) of
vochtafdrijvende middelen (plaspillen).
-Het boulimische type: Gedurende de periode van anorexia nervosa gaat de patiënt
regelmatig over tot vreet- en purgeergedrag.
Hoewel de patiënt erg mager, soms zelfs extreem mager, kan worden blijven zij
zichzelf dik voelen. Er is dus sprake van een sterk vertekend lichaamsbeeld. Het
is zelfs zo dat naarmate het gewicht lager wordt de patiënt steeds banger wordt
om aan te komen. Een pondje erbij wordt dan als een regelrechte ramp ervaren.
Anorexia kan in het kort omschreven worden als:
-het onderdrukken van eetlust en hongergevoel.
-zeer sterke angst om dik te worden, die niet afneemt naarmate de vermagering
toeneemt.
-verstoord lichaamsbeeld.
-gewichtsverlies van tenminste 25% van het oorspronkelijke lichaamsgewicht.
Hoewel de anorexia-patiënt wel bij anderen opmerkt dat die te mager zijn, blijft
zij haar eigen toestand tegenover zichzelf en anderen vaak lang ontkennen. Ze
probeert haar eigen eetgedrag en de lichamelijke gevolgen daarvan voor anderen
verborgen te houden uit angst voor druk die anders op haar uitgeoefend zal
worden om aan te komen. De anorexia-patiënt kan daarom lang volhouden dat er
niets met haar aan de hand is.
H 1.2 Wat zijn de gevolgen van anorexia nervosa?
De ziekte anorexia nervosa brengt veel gevolgen met zich mee. Deze gevolgen zijn
in te delen in verschillende soorten:
De lichamelijke gevolgen.
Door de ondervoeding en vermagering kunnen veel lichamelijke klachten optreden.
-Bij vrouwen stopt de menstruatie, want de hormonen die voor de
menstruatiecyclus zorgen nemen af tot het niveau van voor de puberteit. Het
uitblijven van de menstruatie gaat gepaard met tijdelijke onvruchtbaarheid.
-De ademhaling en de hartslag worden trager. Ook de bloeddruk daalt. Dit komt
doordat het lichaam bij dalend gewicht en verminderde voedselinname zoveel
mogelijk overschakelt op besparing in de stofwisseling. Als gevolg hiervan
voelen de patiënten zich dikwijls erg moe, duizelig, lusteloos, depressief.
-Doordat er weinig eten wordt verbrand, daalt de lichaamstemperatuur en hebben
de patiënten last van koude, blauwe handen en voeten. Ook kan, als gevolg van de
lage lichaamstemperatuur, een donsachtige beharing in het gezicht, op de armen,
borst en rug ontstaan.
-De conditie van het gebit en de haren verslechtert. Er kan haaruitval optreden.
De huid wordt droog en schilferig en verslapt.
-Door de beperking van voedselopname kan verstopping optreden. Dit is voor een
anorexia-patiënt vaak een reden om in paniek te raken en haar toevlucht te nemen
tot braken of laxeermiddelen.
-Bij extreme vermagering ontstaat vaak een vochtophoping in de onderbenen.
-Als patiënten sterk vermageren wordt spierweefsel afgebroken.
-Het honger- en verzadigingsmechanisme raakt volkomen verstoord. De patiënten
voelen op den duur niet meer wanneer ze honger hebben of negeren het
hongergevoel.
-Anorexia-patiënten slapen vaak slecht. Meestal slapen zij moeilijk in of zij al
vroeg weer wakker. Vaak lossen zij dit probleem op door 's morgens vroeg alweer
met werk, studie of andere activiteiten te beginnen.
-Door het onttoereikende of eenzijdige dieet kunnen tekorten aan bepaalde
mineralen en vitamines ontstaan
Bijna alle lichamelijke symptonen verdwijnen wanneer de patient weer een
stabiel, normaal gewicht hebben bereikt. Maar als de ziekte vele jaren duurt,
kan onherstelbare schade aangericht worden.
De sociale gevolgen.
Mensen met anorexia voelen zich vaak geïsoleerd en verlaten. De omgeving
begrijpt niet dat de patiënten hun lichaam heel anders ervaren dan anderen het
zien. De vermagering en het abnormale eetgedrag roepen veel onbegrip en
bezorgdheid op bij familie en vrienden. Daarom proberen zij hun eetstoornis zo
veel mogelijk verborgen te houden en zullen zij allerlei smoesjes en uitvluchten
verzinnen. Hierdoor kunnen zij door hun omgeving als leugenachtig of
onbetrouwbaar worden ervaren.
Anorexia-patiënten zijn eigenlijk voortdurend bezig met het plannen en
geheimhouden van hun eetgedrag. Dit veroorzaakt veel stress. Iets gewoons als
een etentje of een verjaardagsfeestje kan anorexia-patiënten erg nerveus maken.
Door de stress worden ze kwetsbaar, onzeker, dwingerig of snel geïrriteerd en
hebben ze last van grote stemmingswisselingen. Ze moeten van zichzelf aan een
heleboel regels voldoen en worden in hun denken en doen erg in beslag genomen
door hun ziekte.
Anorexia-patiënten gaan zich op den duur steeds meer afzonderen van de mensen om
hen heen. Ze zijn uiteindelijk alleen nog maar bezig met wel of niet eten, met
dik of dun zijn, met hardlopen, fietsen of zwemmen. Hoewel ze vaak grote moeite
doen om zich zo aangepast mogelijk te gedragen, zijn zij zo door hun ziekte
geobserdeerd, dat zij haast niets meer voor anderen mensen of zaken kunnen
voelen. Zo komen zij al gauw in een sociaal isolement.
De psychologische gevolgen.
-Anorexia-patiënten kunnen gewaarwording en signalen die uit hun eigen lichaam
komen niet meer waarnemen of interpreteren.
-Anorexia-patiënten voelen zich dom en zijn vaak depressief.
-Ze beoordelen zichzelf veel te streng.
-Hun gedrag is erg volgzaam ten opzichte van ouders en leraren. Er worden vaak
zeer goede schoolprestaties geleverd.
-Bij anorexia-patiënten is de angst om te falen groot. Waardoor ze een algehele
onzekerheid hebben tegenover de eisen van het dagelijks leven.
-Emotioneel zijn anorexia-patiënten erg instabiel. Sexuele gevoelens hebben ze
niet of nauwelijks.
-Ze hebben zichzelf vaak een dagelijks ritueel opgelegd. In de vorm van iedere
dag hetzelfde eten, iedere avond 500 buikspieroefeningen of elke dag twee uur
aerobicen. Iedere afwijking van dit strikte regime kan paniek oproepen en wordt
daarom op alle mogelijke manieren gemeden.
H 2.1 Wat is boulimia?
Boulimia nervosa betekent letterlijk ' eetlust als een os door nerveuze oorzaken
'. Ook deze omschrijving klopt niet helemaal, omdat er sprake is van eetbuien
die worden afgewisseld met perioden van (bijzonder) matig eten. Bovendien hoeft
het niet zo te zijn dat mensen met boulimia een grote eetlust hebben voordat ze
een eetbui krijgen. Het om het eten niet om het stillen van honger. Deze drang
lijkt op een verslaving, daarom wordt boulimia ook wel eetverslaving genoemd.
Tijdens een eetbui worden grote hoeveelheden eten naar binnen gewerkt en hebben
de patiënten het gevoel dat zij de controle over hun eetgedrag kwijt zijn. Ze
kunnen gewoonweg niet meer stoppen met eten. Het voedsel is dikwijls calorierijk
en wordt vaak zonder proeven doorgeslikt. Meestal is het dit voedsel dat ze zich
buiten de eetbuien om niet toestaan.
De drang tot eetbuien is vaak zo groot dat patiënten deze gaan plannen. Zo
kunnen patiënten gedurende de dag nauwelijks iets eten, om zich 's avonds
wanneer ze alleen zijn over te geven aan hun vreetzucht. Maar een eetbui kan ook
ontstaan wanneer patiënten het gevoel hebben over de schreef te zijn gegaan,
omdat zij iets meer hebben gegeten dan zij zichzelf hadden toegestaan. De
frequentie van de eetbuien varieert van persoon tot persoon. De ene heeft er
twee per week, de ander heeft er vele per dag.
Na een eetbui proberen boulimia-patiënten het eten zo snel mogelijk weer kwijt
te raken. Vaak gaan ze braken of gebruiken ze laxeermiddelen en/of plasmiddelen.
Het kan ook zijn dat er geen gebruik wordt gemaakt van deze middelen, maar dat
na een periode van eetbuien een periode van streng vasten volgt. Als reactie op
het hongergevoel dat door het vasten ontstaat, kunnen weer nieuwe eetbuien
volgen.
Net als anorexia-patiënten zijn boulimia-patiënten dus geobserdeerd door
voedsel, gewicht en lichaamsomvang. De meeste boulimia patiënten hebben echter
een normaal gewicht, al komt het ook voor dat ze mager of dik zijn. Wat hun
gewicht ook is, in hun beleving zijn ze in ieder geval te dik en ze proberen dan
ook voortdurend slanker te worden of op gewicht te blijven. Boulimia-patiënten
schamen zich vaak erg voor hun eetbuien en proberen deze voor de buitenwereld
verborgen te houden. Vandaar dat zij ogenschijnlijk vaak normaal functioneren.
H 2.2 Wat zijn de gevolgen van bulimia nervosa ?
Net als anorexia nervosa brengt ook boulimia nervosa ernstige gevolgen met zich
mee. Deze gevolgen zijn ook weer in te delen in verschillende soorten:
De lichamelijke gevolgen.
Bij boulimia nervosa kunnen als gevolg van het onregelmatige eetpatroon, het
braken en het laxeren een groot aantal klachten optreden.
-Bij vrouwen kunnen menstruatiestoornissen optreden. De menstruatie is dan erg
onregelmatig of blijft dan uit.
-Verstoring van het honger- en verzadigingsmechanisme. De patiënten weten dan
niet meer wanneer zij honger hebben of wanneer zij vol zitten.
-Door veelvuldig braken komen de slokdarm en de mondholte voortdurend in contact
met het maagzuur. Hierdoor wordt het glazuur van het gebit aangetast (cariës) en
kunnen de speekselklieren opzetten. Ook keelpijn en langdurige heesheid kunnen
door het braken ontstaan.
-Door het gebruik van laxeer- en vochtafdrijvende middelenraakt de
vochthuishouding verstoort. Het gevolg hier van kan een lage bloeddruk zijn met
klachten als duizeligheid, zwakte, een licht gevoel in het hoofd en flauwvallen.
-Door braken of het gebruik van laxeermiddelen kan een tekort aan kalium
ontstaan, wat kan leiden tot nier- en leverbeschadigingen, spierkrampen,
hartritmestoornissen en hartstilstand.
-Er kan een tekort aan vitaminen en mineralen ontstaan. Ook kan bloedarmoede
optreden.
-Bij patiënten die regelmatig veel eten, rekt de maag uit. In het ernstige geval
kan de maagwand scheuren door het plotselinge uitzetten van de maag. Dit laatste
komt echter niet zo vaak voor.
-Patiënten kunnen verslaafd raken aan de laxeermiddelen.
De meeste lichamelijke symptonen kunnen zich herstellen als de eetstoornis
verdwijnt. Maar dit kan wel enige tijd duren.
Omdat veel mensen met boulimia nervosa een normaal lichaamsgewicht hebben, is
het door anderen vaak moeilijk te zien of zij een eetstoornis hebben. Omdat de
patiënten zich vaak over hun eet- en purgeergedrag schamen, spreken zij vaak
niet over hun lichamelijke klachten, waardoor deze onopgemerkt blijven. Dit
maakt boulimia nervosa tot een lichamelijk gevaarlijke ziekte.
De sociale gevolgen.
Boulimia-patiënten stellen, net als een anorexia-patiënten, hoge eisen aan
zichzelf. Daarom beschouwen zij het feit dat zij hun eetgedrag niet in de hand
kunnen houden als een gebrek aan wilskracht en zelfbeheersing. Hierdoor voelen
ze zich schuldig en krijgen ze vaak een hekel aan zichzelf. Als ze er daarnaast
ook nog niet in slagen het, in hun ogen, ideale lichaamsgewicht te handhaven,
kan dit uitlopen op een enorme walging van zichzelf.
Omdat ze zich zo schamen en bang zijn om afgewezen te worden, proberen
boulimia-patiënten vaak hun eetbuien voor anderen verborgen te houden. Het
braken en het gebruik van laxeermiddelen houden zij uiteraard ook geheim. Zo
lijden velen van hen jarenlang een soort 'dubbelleven', waar zelfs een
levenspartner, ouders of een beste vriendin niet op de hoogte zijn van hun
problematiek. De eetbuien fungeren dan als uitlaatklep om ogenschijnlijk
probleemloos te blijven functioneren.
Boulimia-patiënten voelen zich dan ook vaak erg eenzaam in de worsteling met hun
ziekte. Ze zoeken pas hulp als de wanhoop te groot is om verder mee te leven.
Als ze er uiteindelijk aan toe zijn gekomen hun probleem aan anderen te
vertellen, voelen ze zich vaak nog alleen. Het is moelijk om aan buitenstaanders
duidelijk te maken wat het betekent om met zo'n dwang te moeten leven.
Boulimia-patiënten zijn in gedachten veelvuldig bezig met eten en ze piekeren
vaak over hun uiterlijk en gewicht. Hierdoor kunnen ze zich vaak moeilijk op
andere dingen concentreren, zoals studie en het onderhouden van relaties. Het
maken van afspraken is moeilijk, want ze weten vaak niet van tevoren wanneer een
eetbui toeslaat. Als ze laxeermiddelen gebruiken, kunnen ze last hebben van
enorme darmkrampen, waardoor ze vaak weer afspraken moeten afzeggen. Mensen met
boulimia komen daarom op den duur vaak in een sociaal isolement terecht.
Het vele eten en de laxeermiddelen kosten veel geld. Boulimia-patiënten komen
daarom niet zelden in financiële problemen. Dit versterkt hun isolement, want
hierdoor wordt het ook weer moeilijker om iets met anderen te ondernemen.
Uitgaan kost immers ook weer geld. Als de financiële zorgen groot worden, komt
het ook voor dat de patiënten voedsel gaan stelen uit de winkel. Hier voelen ze
zich dan weer erg schuldig over.
De psychologische gevolgen.
-De boulimia-patiënten hebben vaak een gevoel van malaise (narig gevoel). Ze
voelen zich slap, futloos en moe.
-Ze hebben een grote afkeer van hun eigen lichaam en durven dan ook niet of
nauwelijks in de spiegel te kijken.
-Ook zijn de patiënten erg bang voor gewichtstoename.
-Doordat boulimia-patiënten de hele dag aan eten denken zijn ze vaak erg
depressief en hebben ze grote concentratieproblemen.
-Boulimia-patiënten kunnen moeilijk in slaap komen hierdoor worden ze
overgevoelig en prikkelbaar.
-In erge gevallen denkt de boulimia-patiënt aan zelfmoord. En in sommige
gevallen hebben ze dit ook werkelijk gedaan en is het mislukt of wel gelukt.
H 3.1 Wat hebben anorexia en boulimia gemeenschappelijk?
In eerste instantie lijkt er tegenstelling te bestaan tussen "hongeren" en
"zichzelf regelmatig overeten". Toch hebben anorexia en boulimia veel
overeenkomsten. De patiënten hebben dan ook een aantal kenmerken
gemeenschappelijk. Beide stoornissen kunnen bij dezelfde persoon optreden. Het
komt regelmatig voor dat anorexia-patiënten op den duur boulimia ontwikkelen. De
oorzaken zijn ook vaak dezelfde.
Voor zowel anorexia- als boulimia-patiënten geldt:
-Ze zijn geobserdeerd door alles wat te maken heeft met eten, gewicht en
lichaamsomvang. In hun gedachten zijn ze voortdurend bezig met wat ze wel of
niet zullen eten en met de gevolgen die dit op de weegschaal of voor de spiegel
zal hebben.
-Ze zijn extreem bang om aan te komen. Afvallen of hetzelfde gewicht te behouden
stelt hen gerust. Door deze obsessie verandert hun eetgedrag.
-Ze zijn vervreemd geraakt van hun lichaam. Ze hebben een hekel aan hun lijf en
ervaren zichzelf veel dikker dan ze in werkelijkheid zijn. Omdat ze zich
voortdurend dik en opgezwollen voelen, luisteren ze niet naar de signalen die
hun lichaam geeft, wanneer het behoefte heeft aan voedsel. Op den duur zijn ze
niet meer in staat deze signalen te voelen.
-Ze hebben weinig zelfvertrouwen en een sterke behoefte om gewaardeerd te worden
door anderen. Ze zijn bang om te falen en stellen hoge eisen aan zichzelf om zo
waardering te krijgen. Ze hebben vaak het gevoel dat ze tekort schieten en niets
goed genoeg doen. Hierdoor voelen ze zich erg machteloos. De eetstoornis is hier
vaak een reactie op. Wanneer patiënten in de ban geraakt zijn van hun
eetstoornis, wordt dit gevoel van machteloosheid steeds meer versterkt.
H 3.2 Hoe kunnen anorexia en boulimia behandeld worden ?
Anorexia en boulimia zijn dus ernstige ziekten. De lichamelijke en sociale
gevolgen zijn niet gering. De weg naar genezing is vaak lang. Naarmate een
eetstoornis langer duurt, wordt het moeilijker deze met succes te behandelen.
Het is moelijk om hulp te zoeken omdat patiënten moeilijk erkennen dat zij hulp
nodig hebben.
Als zij die stap eenmaal gezet hebben, is het belangrijk dat zij het gevoel
hebben dat zij serieus genomen worden door de hulpverlener. Zij moeten
vertrouwen hebben in hun behandeling, wil deze succes kunnen hebben. Een goede
behandeling gaat altijd in op het eetgedrag als de achterliggende problemen.
In de Nederlandse gezondheidszorg speelt de huisarts een centrale rol. Hier komt
de eerste hulpvraag dan ook vaak binnen. De huisarts kan doorverwijzen naar de
geestelijke gezondheidszorg, bijvoorbeeld naar een psycholoog/psychiater, het
RIAGG, een polikliniek van een psychiatrisch ziekenhuis of van de psychiatrische
afdeling van een algemeen ziekenhuis, of een speciaal behandel centrum voor
eetstoornissen. Hier kan een behandeling plaatsvinden.
Er zijn verschillende behandelingen mogelijk. Welke vorm van therapie gekozen
wordt is afhankelijk van de aard van de achterliggende problemen, de leeftijd en
de sociale situatie van de patiënt. Ook speelt de voorkeur van de behandelaar
voor een bepaald behandelsmodel een rol. De hulp kan bestaan uit individuele
gesprektherapie, gedragstherapie, groepstherapie of gezinstherapie. Ook kan voor
een combinatie van deze therapieën gekozen worden.
Soms kunnen geneesmiddelen deel uitmaken van de behandeling. Voor anorexia zijn
er op dit moment geen echte werkzame medicijnen bekend. Soms worden
kalmeringsmiddelen voorgeschreven om de spanning te verminderen. Voor boulimia
worden soms antidepressiva voorgeschreven. Deze middelen kunnen ondersteunend
werken bij de behandeling van ernstige depressiviteit. Ze nemen echter de
achterliggende problemen niet weg en mogen daarom uitsluitend in combinatie met
psychotherapie worden gebruikt.
Soms is het nodig patiënten op te nemen in het ziekenhuis of te verwijzen naar
een psychiatrisch ziekenhuis. Dit hangt af van de ernst van de lichamelijke of
geestelijke problemen. Bij zeer ernstig vermagerde patiënten kan een opname in
een algemeen ziekenhuis noodzakelijk zijn. Als zij daar niet door zelfstandig
eten aankomen, kan het, om hun leven te redden, nodig zijn sondevoeding toe te
dienen.
Met een psychotherapeutische behandeling kan pas begonnen worden als de patiënt
in een redelijke lichamelijke conditie is. Ernstige ondervoeding leidt tot
stoornissen in het gevoelsleven. Sterk vermagerde patiënten voelen vaak niet
veel of weten niet meer wat ze voelen. Zij zien de ernst van hun problematiek
niet meer voldoende in of voelen zich volkomen onmachtig iets aan hun situatie
te veranderen.
Er zijn in Nederland een aantal speciale behandelingscentra met de mogelijkheid
om ambulant (af en toe worden opgenomen), poliklinisch (de patiënt is niet
opgenomen) of klinisch (de patiënt is opgenomen) te worden. Deze instelling
hebben meestal wachtlijsten. Het is mogelijk dat het aantal gespecialiseerde
behandelcentra in de toekomst zal worden uitgebreid. Naast deze centra is bij
een toenemend aantal hulpverleningsinstanties in heel Nederland steeds meer
specifieke deskundigheid aanwezig. Verspreid in het land is men ook al begonnen
met het opzetten van nazorgprojecten. Deze projecten bieden (ex-) patiënten de
mogelijkheid om na afronding van hun behandeling nog ervaringen uit te wisselen
en elkaar te steunen.
Geschreven door Marike.
|