|
Inleiding
De reden dat ik dit onderwerp heb gekozen komt doordat ik
mij verbaasde over het feit dat veel mensen erg bezig zijn met wat ze eten,
hun uiterlijk en met name hun lichaamsomvang en gewicht. Zo kwam ik bij
anorexia nervosa terecht. Ik ben gaan uitzoeken wat anorexia precies is door
te kijken naar de symptomen, de gevolgen en de oorzaken. Ook heb ik gekeken
naar wat er aan te doen is en waar je dan terecht kunt. De naam anorexia
nervosa, vaak verkort tot anorexia, betekent letterlijk: gebrek aan eetlust
door nerveuze oorzaken. Deze naam is eigenlijk misleidend omdat de patiënten
die hieraan leiden geen gebrek hebben aan eetlust, maar juist doelbewust
proberen hun eetlust en hongergevoel te onderdrukken. Het zou beter
magerzucht of lijnziekte kunnen heten, want de patiënten hebben een
onweerstaanbare drang om af te vallen. Ze zijn als het ware verslaafd
geraakt aan het niet eten en gaan er mee door, zelfs als zij al sterk zijn
vermagerd.
Anorexia komt voornamelijk voor bij vouwen; ongeveer 5% van de patiënten is
man. Van de 1000 vrouwen heeft 1.4 vrouwen anorexia. De ziekte duurt
gemiddeld 7,5 jaar, dit verschilt van een half jaar tot dertig jaar. De weg
naar genezing is vaak lang. Ongeveer 40% van de patiënten herstelt volledig,
40% herstelt gedeeltelijk en 20% herstelt niet. Ongeveer 10% van de
patiënten overlijdt aan de gevolgen van deze ziekte.
Tweederde van alle vrouwen wil graag afvallen. Daarom doet 50% van alle
vrouwen permanent aan de lijn. In de Verenigde Staten heeft 50% tot 80% van
de meisjes al voor hun dertiende jaar meer dan eens een serieuze poging
gedaan om te lijnen.
Dit zou betekenen dat tweederde van alle vrouwen te dik is, maar dit is
echter niet zo. Het merendeel van de vrouwen heeft een gewicht dat volgens
medische maatstaven gezond is. Veel vrouwen voelen zich te dik, al zijn ze
het niet. Het heeft dus te maken dat veel vrouwen zich te dik voelen terwijl
ze dat niet zijn. Er is blijkbaar en verschil tussen het medisch en modisch
gewenste gewicht.
Wat modisch gewenst is krijgen we via de media voorgeschreven. Een
generatie geleden woog het gemiddelde fotomodel nog 8% minder dan de
gemiddelde Amerikaanse vrouw, terwijl ze nu 23% minder weegt. Door betere
voeding worden we steeds zwaarder, terwijl het ‘ideale’ gewicht steeds lager
komt te liggen.
Symptomen
Alles wat te maken heeft met eten, gewicht en lichaamsomvang is een
obsessie voor de patiënten. Ze letten voortdurend op wat ze eten, tellen
caloriën en overwegen dan over wat ze wel en niet zullen eten. Ze staan
zichzelf alleen het voedsel toe te eten als het weinig caloriën bevat,
vooral voedsel wat suikers en vetten bevat verbieden ze zichzelf te eten.
Vaak eten de anorexia-patiënten iedere dag dezelfde dingen volgens een door
zichzelf bepaald ritme. Het wordt een vast ritueel. Afwijking van dit vaste
eetpatroon kan paniek oproepen en wordt daarom op alle mogelijke manieren
vermeden. Sommige patiënten kunnen zich niet aan dit patroon houden en
hebben zo nu en dan last van eetbuien, waarbij ze in korte tijd veel eten
naar binnen werken. Na zo’n eetbui voelen ze zich erg wanhopig en willen het
eten zo snel mogelijk weer kwijt. Dit doen ze dan vaak door zelf te braken
of door laxeermiddelen te gebruiken. Om nog meer af te vallen dwingen ze
zichzelf vaak tot overmatige lichamelijke activiteit. Sommige patiënten doen
bijvoorbeeld twee uur per dag aan aerobics, iedere avond op hun kamer 500
buikspieroefeningen of gaan dagelijks tien kilometer joggen.
Hoewel de patiënten erg mager – soms zelfs extreem mager – kunnen worden,
blijven zij zichzelf dik voelen. Het is zelfs zo dat wanneer het gewicht
lager wordt de patiënten steeds banger worden om aan te komen. Een pondje
erbij is in hen ogen een regelrechte ramp.
Hoewel anorexia-patiënten wel bij anderen opmerken dat die mager zijn,
blijven zij hun eigen toestand tegenover zichzelf en anderen vaak lang
ontkennen. Ze proberen hun eetgedrag en de lichamelijke gevolgen daarvan
voor anderen verborgen te houden uit angst voor de druk die anderen dan op
hen uit zullen oefenen om aan te komen. Ze kunnen daarom lang volhouden dat
er niets met hen aan de hand is.
Lichamelijke gevolgen
Bij anorexia-patiënten kunnen door de ondervoeding en vermagering veel
lichamelijke klachten optreden.
Bij vrouwen stopt de menstruatie, want de hormonen die voor de
menstruatiecyclus zorgen nemen af tot het niveau van voor de pubertijd. Het
uitblijven van de menstruatie heeft als gevolg dat zij tijdelijk
onvruchtbaar is.
De ademhaling en de hartslag worden trager, ook de bloeddruk daalt. Wanneer
het lichaamsgewicht afneemt en de voedselinname vermindert, schakelt het
lichaam zoveel mogelijk over op besparing in de stofwisseling. Hierdoor
voelen de patiënten zich vaak erg moe, duizelig, lusteloos en depressief.
Doordat er weinig eten wordt verbrand daalt de lichaamstemperatuur en
hebben ze last van koude, blauwe handen en voeten. Ook kan als gevolg van de
lage lichaamstemperatuur een donsachtige beharing in het gezicht, op de
armen, borst en rug ontstaan.
De conditie van het gebit en de haren verslechtert en er kan haaruitval
optreden. De huid wordt droog, schilferig en verslapt.
Door de beperkte voedselinname kan er een verstopping optreden. Dit voor
anorexiapatiënten vaak een reden om in paniek te raken met als gevolg dat ze
gaan braken en laxeermiddelen gaan gebruiken.
Bij extreme vermagering ontstaat vaak een vochtophoping (oedeem) in de
onderbenen. Het spierweefsel wordt afgebroken bij sterke vermagering.
Het honger- en verzadigingsmechanisme raakt verstoord. De patiënten voelen
op den duur niet meer wanneer ze honger hebben of negeren het hongergevoel.
Anorexia-patiënten slapen vaak slecht. Ze hebben meestal moeite om in slaap
te komen ofzijn al heel vroeg weer wakker. Dit lossen ze op door ’s morgens
vroeg al weer met werk, studie of andere activiteiten te beginnen.
Door het eenzijdige dieet hebben de patiënten een tekort aan bepaalde
vitamines en mineralen. Door het gebruik van laxeer- en/of plasmiddelen
en/of door regelmatig braken kunnen ernstige stoornissen in de
electrolytenhuishouding ontstaan. Vooral wanneer er een tekort is aan
kalium. Dit kan leiden tot nier- en leverbeschadigingen, spierkrampen,
hartritmestoornissen en zelfs hartstilstand.
Bijna alle lichamelijke symptomen verdwijnen wanneer de patiënt weer een
stabiel, normaal gewicht heeft bereikt. Als de ziekte vele jaren duurt kan
er onherstelbare schade aangericht worden. Zeker omdat anorexia-patiënten
zelf vaak de ernst van hun lichamelijke toestand ontkennen is dit risico
aanwezig. Bij vrouwen die langdurig niet menstrueren kan na een tijdje
botafbraak (osteoporose) ontstaan. Hierdoor neemt de kans op botbreuken toe.
Het is dus niet overdreven om anorexia nervosa als een lichamelijke
gevaarlijke ziekte te beschouwen.
Sociale gevolgen
Mensen met anorexia voelen zich vaak geïsoleerd en verlaten. De omgeving
begrijpt niet dat de patiënten hun lichaam heel anders zien dan zij het
zien. De vermagering en het abnormale eetgedrag roepen vel onbegrip en
bezorgdheid op bij vrienden en familie. Ze proberen hun eetstoornis dan ook
zo vel mogelijk verborgen te houden en verzinnen allerlei smoesjes en
uitvluchten. De patiënten zijn voortdurend bezig met het plannen en
geheimhouden van hun eetgedrag. Dit veroorzaakt veel stress. Iets gewoons
als een etentje of een verjaardagsfeestje kan anorexia-patiënten erg nerveus
maken. Door de stress worden ze kwetsbaar, onzeker, dwingerig of snel
geïrriteerd en hebben ze last van grote stemmingswisselingen. Ze moeten van
zichzelf aan een heleboel regels voldoen en hun ziekte heeft grote invloed
op wat ze doen en hoe ze denken.
Anorexia-patiënten gaan zich op den duur steeds meer afzonderen van de
mensen om hen heen. Ze zijn uiteindelijk alleen nog maar bezig met wel of
niet eten, met dik of dun zijn, of met hun lichamelijke bezigheden om af te
vallen. Hoewel ze vaak grote moeite doen om zich zo aangepast mogelijk te
gedragen zijn ze door hun ziekte geobserdeerd, dat zij haast niets meer voor
andere mensen of dingen kunnen voelen. Zo komen zij al gauw in een sociaal
isolement, ze leven in hun eigen wereldje.
Psychologische gevolgen
Anorexia-patiënten kunnen zich niet meer bewust worden van indrukken en
signalen die uit hun eigen lichaam komen.
Ze voelen zich dom en zijn vaak depressief.
Ze beoordelen zichzelf veel te streng.
Leraren en ouders merken vaak niets aan hun gedrag, er worden vaak zeer
goede schoolprestaties geleverd.
De patiënten hebben een hele grote angst om te falen waardoor ze onzeker
zijn tegenover de eisen die ze worden gesteld en de prestaties die ze in het
dagelijkse leven moeten leveren.
Emotioneel zijn ze niet stabiel. Ze hebben niet of nauwelijks seksuele
gevoelens.
Oorzaken van eetstoornissen
Er is niet één oorzaak voor het ontstaan van een eetstoornis aan te wijzen.
Er spelen verschillende factoren een rol. Omdat anorexia en boulimia meer
bij vrouwen en meisjes voorkomen zijn de verklaringen grotendeels gebaseerd
op hun situaties. Maar ook jongens en mannen lijden aan eetstoornissen.
Daarom zal het duidelijk zijn dat niet één van de factoren op zichzelf de
doorslag geeft, maar het altijd gaat om een combinatie van verschillende
factoren. De invloed van de factoren verschilt per persoon. Er wordt een
onderscheidt gemaakt tussen de volgende factoren.
Cultureel-maatschappelijke factoren
De toename van het aantal vrouwen met eetproblemen wordt in verband
gebracht met de veranderende rol van de vrouw in de westerse samenleving.
Aan de ene kant moeten vrouwen nog steeds voldoen aan het ideaal van de
zorgende, zachtaardige en aantrekkelijke echtgenote en moeder. Aan de andere
kant worden ook steeds meer ‘mannelijke’ activiteiten van hen verwacht zoals
een studie en een loopbaan. Deze vaak tegenstrijdige verwachtingen kunnen
leiden tot het onmogelijke streven om ‘perfect’ te zijn. Manipulaties van
het eetgedrag en het lichaam worden dan gebruikt om met deze problemen om te
gaan.
Eén eis die aan vrouwen van westerse cultuur wordt gesteld speel daarbij
een centrale rol: slank zijn. Het slankheidsideaal lijkt een belangrijke
factor in het ontstaan van anorexia en boulimia. Het ideale vrouwelijke
figuur, zoals door de media wordt vertoond, is steeds minder vrouwelijk. Dit
wil zeggen: vrouwen moeten steeds minder heupen en billen hebben. Het
gewicht van modellen daalt nog steeds en ligt vaak ruim onder de norm voor
een diagnose van anorexia. In landen als Japan, waar de invloed van de
westerse cultuur toeneemt, neemt ook het aantal anorexia- en
boulimiagevallen toe.
Veel vrouwen worden beïnvloedt door deze ‘ideaalbeelden’ en doen daarom ook
aan de lijn, soms hun hele leven lang. Meisjes blijken steeds jonger
ontevreden te zijn met hun uiterlijk en proberen hun voedselinname te
beperken. Juist het dieet houden vormt een belangrijke risocofactor voor het
ontstaan van eetstoornissen, zeker wanner je geen of maar een klein beetje
een overgewicht hebt.
Sociale factoren
Het ideaal dat je slank moet zijn dringt niet alleen door via de media,
maar de sociale omgeving speelt daar ook een grote rol in. Ongezond
lijngedrag van bijvoorbeeld een ouder kan leiden tot een ongezond lijngedrag
van een kind. Herhaalde, kritische opmerkingen over lichaamsomvang,
uiterlijk en gewicht door familieleden, vrienden, partners, klasgenoten of
collega’s kunnen aanleiding geven tot onnodig lijngedrag. Dit lijngedrag kan
zich weer verder ontwikkelen tot anorexia of boulimia. Hoe belangrijker de
persoon die de opmerkingen maakt is in iemands leven, hoe groter het
schadelijke effect. De kritische opmerkingen hoeven niet eens aan de persoon
zelf gericht te zijn om een negatief effect te hebben.
Wanneer lichamelijke perfectie belangrijk is zoals bij ballet of in de
modellenwereld, lopen vrouwen een groot risico om te ver te gaan om aan die
normen die ze daar stellen te voldoen.
Ook komt het voor wanneer patiënten binnen het gezin niet voldoende geleerd
hebben hun gevoelens te uiten of ruzies op te lossen, zij niet om kunnen
gaan met emoties en deze dan in verband gaan brengen met eten. Ook
ingrijpende traumatische ervaringen als incest en lichamelijk of geestelijk
geweld kunnen leiden tot het ontstaan van een eetstoornis.
Psychologische factoren
Hoewel cultureel-maatschappelijke en sociale factoren voor het ontstaan van
eetstoornissen zeker een rol spelen, kunnen de factoren ook meer
persoonsgebonden zijn. Mensen met anorexia en boulimia zijn over het
algemeen kwetsbaar en trekken zich meer dan anderen allerlei dingen aan.
Maar in hun eigen ogen doen ze bijna nooit iets goed. Al het succes dat zij
hebben brengen ze in verband met hun lichaamsgewicht en dus met eten. (“Pas
als ik tien kilo afval zullen mensen mij aardig vinden”)
Het feit dat eetproblemen vaak in de pubertijd ontstaan wijst erop dat
juist de grote lichamelijke en psychologische veranderingen in die periode
een groot risico zijn voor het ontstaan van een eetstoornis. Zeker meisjes
zijn erg onzeker en hebben weinig zelfvertrouwen. Onzekerheid over de nieuwe
rol als vrouw kan leiden tot de behoefte om het meisjeslichaam ‘in stand te
houden’. Ook kan het eetgedrag een manier zijn om het besef van dat ze zelf
kunnen beslissen en bepalen, te ontwikkelen. Controle over het lichaam wordt
dan een synoniem voor controle over het eigen leven.
Eetstoornissen ontstaan ook na de pubertijd. In dat geval spelen soms
bijzondere gebeurtenissen een rol die op een andere manier blijkbaar niet
verwerkt kunnen worden, zoals een verbroken relatie, het overlijden van een
geliefd persoon, het uit huis gaan, seksueel misbruik, een zwaar examen
moeten doen of het krijgen van een kind.
Lichamelijke factoren
Tot nu toe zijn er geen aanwijzingen dat eetstoornissen een puur
lichamelijke oorzaak hebben. Naar zaken als erfelijkheid en zinktekort wordt
onderzoek gedaan, maar tot nu toe nog zonder resultaat. Wel lijkt het erop
dat lijnen een grote risicofactor is, zeker als het gebeurt wanneer er geen
sprake is van groot overgewicht. Wanneer je jezelf van voedsel gaat ontzien
dat je nodig hebt ga je vanzelf aan eten denken, daar zorgt het lichaam wel
voor. Als mensen hier eenmaal aan begonnen zijn slaan ze vaak door en gaan
ze steeds strenger vasten. Dit doen ze om de controle over hun lichaam dat
voedsel wil niet te verliezen. Dit hongeren kan als gevolg hebben dat er
eetbuien ontstaan die meestal leiden tot een nog strenger eetpatroon. Zo
gaat dat steeds door en komen de patiënten in een vicieuze cirkel terecht.
Behandelingen voor eetstoornissen
Hoe korter de eetstoornis bestaat en hoe jonger de patiënt is, des te
groter is de kans op hertstel. Het is moeilijk om op eigen kracht van een
ernstige eetstoornis te genezen. Daarom is het belangrijk om hulp te zoeken.
In de Nederlandse gezondheidszorg speelt de huisarts een centrale rol. Hier
komt dan vaak ook de eerste hulpvraag binnen. De huisarts kan de patiënten
doorverwijzen naar bijvoorbeeld een psycholoog, psychiater, een RIAGG, een
polikliniek van een psychiatrisch ziekenhuis of van de psychiatrische
afdeling van een algemeen ziekenhuis (PAAZ), of een speciaal behandelcentrum
voor eetstoornissen. Hier kan de behandeling plaatsvinden.
De behandeling bestaat uit verschillende onderdelen en verloopt in fasen.
Bij ernstige ondervoeding voelen patiënten weinig of weten ze niet wat ze
voelen. Psychotherapie kan daarom pas succes hebben als de patiënte in een
redelijke lichamelijke conditie verkeerd. De meeste toegepaste vormen van
psychotherapie zijn gedragstherapie, gezinstherapie en groepstherapie.
Gedragstherapie richt zich vooral op het eetgedrag. Daarnaast wordt er
andacht bestaad aan de onderliggende emoties en gedachten om zo het
ziekte-inzicht van de patiënte te vergroten. Vaak stelt de gedragstherapeut
concrete doelen die binnen een bepaalde tijdperiode bereikt moet worden. De
patiënten dienen tijdens de behandeling probleemgebieden aan te geven en
praktische stappen te noemen om hierin verandering te brengen. Voorbeelden
van probleemgebieden zijn eetgedrag, zelfbeleving en relaties.
Gezinstherapie is met name geschikt bij jonge patiënten die nog bij hun
ouders wonen en bij wie de ziekte nog maar kort bestaat. De therapie wordt
in veel gevallen gecombineerd met individuele therapie voor de patiënte.
Groepstherapie blijkt met name voor boulimia-patiënten geschikt te zijn. Ze
voelen zich door hun ziekte verschijnselen vaak geïsoleerd en het praten in
een groep met medepatiënten helpt. Het leidt soms al snel tot een
vermindering van her aantal vreetbuien. Ze staan vaak meer open voor kritiek
van andere groepsleden dan van een therapeut. Dit is omdat ze het idee
hebben dat zij hen wel begrijpen doordat ze zelf een eetstoornis hebben. De
groep is een veilige plek om nieuwe sociale rollen te oefenen. De patiënten
kunnen hier in veilige en niet-bedreigende omgeving oefenen in het uiten van
kritiek in het uitkomen voor eigen meningen. Herstel van zelfvertrouwen en
zelfrespect, en een vermindering van de faalangst en het negatieve zelfbeeld
zijn het gevolg.
Voor anorexia zijn op het moment nog geen werkzame medicijnen bekend. Wel
wordt er soms gebruik gemaakt van kalmeringsmiddelen.
Samenvatting
Anorexia is een ernstige eetstoornis waarbij het gevoel van eetlust en
honger wordt onderdrukt. De patiënten zijn geobsedeerd door alles wat met
eten, gewicht en lichaamsomvang te maken heeft. Ze dwingen zichzelf tot een
minimale voedselinname en vaak ook tot overmatige lichamelijke activiteiten.
De ondervoeding die ontstaat brengt ernstige gevolgen met zich mee. Zowel
voor het lichaam, het sociale leven als psychologisch. Het kan zelfs zo uit
de hand lopen dat een patiënt in het ziekenhuis moet worden opgenomen. De
oorzaak voor het ontstaan van de ziekte is niet zomaar even aan te wijzen.
Het is vaak een combinatie van verschillende factoren. Het slank zijn is wel
iets wat typisch hoort bij de westerse cultuur.
De weg naar genezing duurt vaak lang. In Nederland zijn er verschillende
centra waar je terecht kunt voor hulp. Daar wordt bepaald welke therapieën
er worden toegepast. Er zijn echter nog geen medicijnen gevonden tegen
anorexia.
Anoniem ingestuurd. |