|
Anorexia nervosa betekent letterlijk
Anorexia nervosa betekent letterlijk "gebrek aan eetlust door een nerveuze
oorzaak". Dit is echter een ongelukkige benaming, omdat mensen met anorexia
nervosa wel eetlust hebben, maar die het grootste deel van de tijd negeren. Ze
eten weinig, omdat ze bang zijn dik te worden. Anorexia patiënten hebben geleerd
om signalen van honger te negeren of niet meer te voelen. De stoornis zou beter
"lijnziekte" genoemd kunnen worden, want patiënten willen zo weinig mogelijk
calorieën naar binnen krijgen, met andere woorden: ze vasten. Ze slaan
maaltijden over, gooien hun lunchpakket weg of schuiven het eten 's avonds heen
en weer op hun bord zonder er veel van te nemen. Het weinige dat ze eten
verloopt vaak volgens een vast, dwangmatig patroon; ze knabbelen bijvoorbeeld om
de twee uur op een rauw worteltje, maar kunnen soms ook vreetbuien hebben.
Daarnaast doen ze vaak aan sport om zodoende nog meer gewicht te verliezen.
Anorexia nervosa patiënten zijn dan ook in de regel extreem mager. Patiënten met
anorexia hebben een verstoord beeld van hun eigen lichaam. Ze vinden zichzelf te
dik, ook al zijn ze broodmager.
Omdat de omgeving er meestal erg op aandringt dat ze meer moeten eten, terwijl
dat de patiënten juist erg tegenstaat, komt het vaak voor dat anorexia patiënten
voor de omgeving verbergen dat ze zo weinig eten. Ze halen daarvoor soms
allerlei trucs uit, zoals stiekem gaan braken, eten weggooien, zeggen dat ze net
al gegeten hebben, enzovoorts. Ze weten, trouwens net als bulimia nervosa
patiënten, meestal alles af van dieëten en kalorieën, en zijn daar een groot
deel van de dag in hun gedachten dwangmatig mee bezig. Dit wordt vaak als een
grote last ervaren, omdat het weinig ruimte laat voor gewone of plezierige
gedachten en bezigheden.
Bulimia nervosa betekent letterlijk "honger hebben als een rund". Ook deze
benaming klopt niet helemaal, omdat de patiënten in korte perioden heel veel
eten en daarmee doorgaan, ook als ze geen honger meer hebben. Iemand met bulimia
nervosa lijdt aan vreetbuien. De patiënte voelt dat als een tekort aan
zelfbeheersing. Om niet te dik te worden door de vreetbuien wekken
bulimiapatiënten vaak zelf braken op, misbruiken ze soms laxeermiddelen of doen
aan extreme lichaamsoefeningen. Zij kunnen heftig lijden onder het idee dat zij
te dik zijn of dat hun lichaam niet mooi genoeg is, ook als daar objectief geen
aanleiding voor is.
Eten en lichaamsgewicht is een obsessie voor hen. Ze tobben over wat ze wel en
wat ze niet moeten eten en wat daarvan de gevolgen voor hun uiterlijk zullen
zijn. Hierdoor kunnen ze zich moeilijk op andere dingen concentreren, wat ook
gevolgen heeft voor hun sociale leven. Tegelijkertijd doen ze enorm hun best om
de buitenwereld niets te laten merken van hun getob en hun problemen.
Anorexia nervosa en bulimia nervosa zijn ernstige ziekten, die
iemands psychische en sociale leven volkomen kunnen ontwrichten.
Oorzaken
De oorzaken van anorexia nervosa en bulimia nervosa zijn maar heel gedeeltelijk
bekend. Wel wordt verondersteld dat biologische, sociale en psychologische
factoren van invloed kunnen zijn. Er zijn aanwijzingen dat erfelijkheid een rol
speelt. Daarnaast komt het voor dat ernstige traumatische ervaringen in de
jeugd, zoals bijvoorbeeld incest, ten grondslag kunnen liggen aan de
eetproblemen.
De in onze maatschappij geldende norm "slank is mooi" legt een grote druk op
vrouwen om aan dit ideaalbeeld te voldoen. In westerse landen hebben de meeste
vrouwen wel eens aan de lijn gedaan. Anorexia begint vaak met gewoon lijnen bij
een normaal gewicht. Vroeger werd wel gedacht dat de oorzaak of "schuld" lag bij
ouders of opvoeding. Daar is men op teruggekomen.
Gevolgen
De psychische verschijnselen die zich voor kunnen doen zijn somberheid,
eenzaamheid, gevoel van nutteloosheid en weinig eigenwaarde. Daarnaast zijn er
ook belangrijke lichamelijke gevolgen, zoals het uitblijven van de menstruatie
(uiteindelijk soms blijvende onvruchtbaarheid), botafbraak (osteoporose - vaak
onherstelbaar), chronische vermoeidheid en spierzwakte, aantasting van het gebit
(door veelvuldig braken) en hartritmestoornissen (door kaliumtekort door
veelvuldig braken). De ziekte kan een zeer ernstig beloop hebben: twintig jaar
na het begin van anorexia nervosa is 15% van de patiënten door uitputting of
door zelfdoding overleden.
Anorexia nervosa en bulimia zijn niet zeldzaam. Naar schatting komt bij jonge
vrouwen anorexia bij 0,5%, en bulimia zelfs bij ongeveer 2% voor.
Vaak hebben patiënten zelf niet in de gaten dat ze aan een ernstige stoornis
lijden. Soms houden ze het ook bewust verborgen. In een aantal gevallen zoeken
patiënten in de eerste plaats hulp vanwege de lichamelijke gevolgen, en niet
vanwege hun afwijkende eetpatroon.
Wat is een normaal gewicht?
Met de Body Mass Index (BMI), ook wel Quetelet Index (de QI) genoemd, kun je
nagaan of je gewicht binnen de norm valt. De QI wordt als volgt berekend: het
aantal kilo´s gedeeld door het kwadraat van de lichaamslengte in meters. Iemand
van 65kg met een lichaamslengte van 1,70 meter heeft een Quetelet Index van
65:(1,70 x 1,70) = 22,5.
Bij een normaal gewicht wordt een QI tussen de 19 en 25 gevonden. Bij een QI van
15 of lager is er sprake van extreme vermagering. Dat is bij iemand van 1,70
meter lang 43 kilo.
Bij een QI van 30 of meer is er sprake van obesitas (ernstig overgewicht), boven
de 40 wordt van morbide obesitas (ziekelijk overgewicht) gesproken. Voor iemand
van 1,70 meter spreekt men bij 87 kilo van een ernstig overgewicht en bij 116
kilo van een ziekelijk overgewicht.
Body Mass Index of Quetelet Index is het lichaamsgewicht in kilo´s, gedeeld door
het
kwadraat van de lichaamslengte in meters. Bij een normaal gewicht is de Quetelet
Index tussen de 19 en 25.
Behandeling
Hoe korter de eetstoornis bestaat en hoe jonger de patiënte is, des te groter is
de kans op herstel. Het is echter moeilijk om op eigen kracht van een ernstige
eetstoornis te genezen. Daarom is het belangrijk om hulp te zoeken.
De behandeling bestaat uit verschillende onderdelen en verloopt in fasen. In de
eerste plaats dient de patiënt en eventueel de familie goede voorlichting te
krijgen over de ziekte. Aan de ene kant moeten de directe problemen worden
opgelost, door het herstellen van het eetpatroon. Daarbij wordt ook aandacht
besteed aan de verstoorde lichaamsbeleving. Aan de andere kant moet gezocht
worden naar manieren om om te gaan met spanningen, onzekerheden en verdriet.
Bij ernstige ondervoeding voelen patiënten weinig of weten ze niet wat ze
voelen. Psychotherapie kan daarom pas succes hebben als de patiënte in een
redelijke lichamelijke conditie verkeert.
De meest toegepaste vormen van psychotherapie zijn gedragstherapie,
gezinstherapie en groepstherapie.
Gedragstherapie richt zich vooral op het eetgedrag. Daarnaast wordt er aandacht
besteed aan de onderliggende emoties en gedachten, om zo het ziekte-inzicht van
de patiënte te vergroten. Vaak stelt de gedragstherapeut concrete doelen die
binnen een bepaalde tijdsperiode bereikt moeten worden. De patiënten dienen
tijdens de behandeling probleemgebieden aan te geven en praktische stappen te
noemen om hierin verandering te brengen. Voorbeelden van probleemgebieden zijn
eetgedrag, zelfbeleving en relaties.
Gezinstherapie is met name geschikt bij jonge patiënten die nog bij hun ouders
wonen en bij wie de ziekte nog maar kort bestaat. De therapie wordt in veel
gevallen gecombineerd met individuele therapie voor de patiënte.
Groepstherapie blijkt met name voor bulimia patiënten geschikt. Ze voelen zich
door hun symptomen vaak geïsoleerd en het praten in een groep met medepatiënten
helpt. Het leidt soms al snel tot een vermindering van het aantal vreetbuien.
Het blijkt dat patiënten vaak meer openstaan voor uitleg en kritiek van andere
groepsleden dan van de therapeut. Omdat de andere patiënten het eetprobleem zelf
aan den lijve ondervinden, durven zij ondanks hun schaamte elkaars problemen en
gedrag eerder te bespreken. Met andere woorden: de kracht van het groepsproces
kan genezend werken.
Daarnaast is de groep een veilige plek om nieuwe sociale rollen te oefenen. De
patiënten kunnen hier in een veilige en niet-bedreigende omgeving oefenen in het
uiten van kritiek en het uitkomen voor eigen meningen. Herstel van
zelfvertrouwen en zelfrespect, en een vermindering van de faalangst en het
negatieve zelfbeeld zijn het gevolg.
Bij de behandeling van anorexia nervosa en bulimia nervosa is in de eerste
plaats
goede voorlichting aan de patiënt en de familie van belang.
Voor anorexia nervosa zijn er op dit moment geen echt werkzame medicijnen
bekend. Sommige antidepressiva hebben op de korte termijn een gunstig effect bij
de behandeling van bulimia nervosa. Het verdient echter de voorkeur om een
eventuele behandeling met antidepressiva te combineren met psychotherapie.
Tips voor anorexia-nervosa patiënten
De belangrijkste tip is: erken dat je een ernstig eetprobleem hebt en accepteer
professionele hulp.
Hou zelf een eetdagboek bij. Noteer hierin wat je hebt gegeten en gedronken en
ook als je een maaltijd hebt overgeslagen. In je dagboek kun je ook beschrijven
wat je dacht en hoe je je voelde tijdens het eten (of niet eten); dit kun je
bespreken met je hulpverlener.
Eet 3 maaltijden per dag en eet ook dingen uit het vuistje en tussendoortjes.
Beperk niet het aantal calorieën. Beperk desgewenst fruit en groenten, omdat de
vezels die daarin zitten maken dat je maag langzamer leeg wordt. Daardoor kun je
een opgeblazen gevoel krijgen.
Drink niet te veel cafeïne houdende dranken (koffie, cola), omdat die stof je
normale eetlust kan verstoren.
Lees een boek of laat je informeren over de ernstige lichamelijke gevolgen van
anorexia nervosa.
Tips voor bulimia nervosa patiënten
Bespreek met (voor jou belangrijke) anderen dat je een ernstig eetprobleem hebt,
Je schaamte erover en het verbergen van je eetgedrag belemmeren het oplossen van
je problemen.
Braken en laxeren zijn veel schadelijker voor je gezondheid dan vreetbuien. Zij
kunnen (door kalium- verlies) zelfs leiden tot levensgevaarlijke
hartritmestoornissen.
Laxeermiddelen en plaspillen leiden niet tot calorieverlies. Het gewicht dat je
ermee kwijtraakt, is alleen maar een tijdelijk gevolg van vochtverlies. Met
braken kun je weliswaar wat van de genuttigde calorieën kwijtraken, maar je
bereikt er nooit een stabiel gewichtsverlies mee.
Hou zelf een dagboek bij. Noteer hierin je vreetbuien. Wees in ieder geval
eerlijk tegen je dagboek. Om met behulp van je dagboek greep te krijgen op je
eetgedrag is het belangrijk op te schrijven wat er vooraf ging aan de vreetbui.
In je dagboek kun je ook beschrijven wat je dacht en hoe je je voelde tijdens de
vreetbui of het overslaan van een maaltijd; dit kun je bespreken met je
hulpverlener.
Vermijd voedsel dat je aan vreetbuien doet denken. Later kun je het wel weer met
mate toevoegen, maar begin met volwaardige voedingsmiddelen die toch lekker zijn
en iets "snoeperigs" hebben.
Eet drie maaltijden per dag in plaats van meerdere kleinere maaltijden. Meestal
wordt het aantal vreetbuien minder als je niet voortdurend met voedsel in
aanraking komt.
Eet voedsel waarbij je een mes, vork of lepel nodig hebt in plaats van eten uit
het vuistje. Zo doe je langer over het eten en heb je eerder het idee dat je
verzadigd bent.
Zorg er voor dat je per maaltijd verschillende soorten voedsel eet, met name ook
koolhydraatrijk voedsel. Gebruik bij elke maaltijd ook voedsel met een laag
aantal calorieën, zoals groente, soep, sla en/of fruit. Zo duurt je maaltijd
langer.
Boeken over eetstoornissen
Hoek, H.W.
Omgaan met eetproblemen. 1994
Kosmos, Utrecht
Zelfhulpboek, waaruit de tekst van deze pagina komt
Vandereijcken,
W. Eetproblemen. 1994
Immerc, Wormer.
Een handig klein boekje met veel bruikbare informatie.
Patiëntenorganisaties
Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa
Postbus 67
6880 AB VELP
Tel. 06-8212433 (¦ 0,44 per minuut)
Nederlandse Obesitas Vereniging
Postbus 2066
1180 EB AMSTELVEEN
Tel. 023 - 5611723
Voedingscentrum
Eisenhouwerlaan 108, 2508 CK DEN HAAG
Tel. 070-3068888
Bron: Nederlandse Vereniging Voor Psychiatrie
|